..........
shadow_fix

Van pannen naar panelen: energierevolutie op het dak

Nul op de meter? Dan eerst het dak op, want daar valt een hoop winst te behalen. Appartement & Eigenaar sprak met André van den Engel van VEBIDAK over de mogelijkheden en de aandachtspunten.

André van den Engel is adjunct-directeur en hoofd technische zaken bij VEBIDAK, de branchevereniging voor bitumineuze en kunststof dakbedekkingsbedrijven.

Wat kunnen VvE’s doen met en op het dak om richting nul op de meter te komen?

André van den Engel: “Het meest voor de hand liggende is om het dak op het gebied van isolatiewaarde bij de tijd te brengen. Als het appartementencomplex al wat ouder is, dan heb je te maken met de oorspronkelijke isolatiewaarde van het toenmalig bouwbesluit. Afhankelijk van de periode waarin het complex gebouwd is ligt deze zogenaamde Rc-waarde tussen de 1,5 en 3,5. Sinds 1 januari 2015 is de Rc-waarde in het bouwbesluit opgekrikt naar 6! Nul op de meter begint met een goede isolatie van de schil van het gebouw.”

Waar staat Rc-waarde voor?

De letter R staat voor warmteweerstand en de letter c voor constructie. De Rc-waarde geeft het isolerend vermogen van de hele constructie aan. Hoe hoger het getal, hoe meer warmte wordt binnengehouden. In het bouwbesluit zijn de eisen voor nieuwbouwwoningen vanaf 1 januari 2015 aangescherpt tot:
• Vloer: Rc-waarde minimaal 3,5 m2K/W
• Gevel: Rc-waarde minimaal 4,5 m2K/W
• Dak: Rc-waarde minimaal 6,0 m2K/W

Brengt het isoleren naar een Rc-waarde van 6 extra kosten met zich mee?

Van den Engel: “Als je toch voor een dakrenovatie staat, dan kun je het maar beter goed doen. Stel het appartementencomplex is gebouwd in een tijd dat de Rc-waarde in het bouwbesluit 2,5 was, waarom zou je het dan niet opwaarderen naar het huidige niveau, in plaats van het op die 2,5 houden? Over het algemeen gaat dakbedekking toch minimaal 20 jaar mee, dan is het wel raadzaam om daar het maximale uit te halen. Er moet toch geïsoleerd worden, die extra isolatielaag is te overzien als het gaat om de kosten.”

Brengt dat extra isoleren ook extra kosten met zich mee?

Van den Engel: “Ja, want je brengt extra materiaal aan. Wij rekenen met dit soort zaken echter in terugverdientijd. Kijk dat dak moet je toch renoveren, die dakbedekking moet hoe dan ook aangebracht worden voor de waterdichtheid en ook de isolatieplaten zijn noodzakelijk. Als je dan besluit enkele centimeters meer te laten isoleren volgens het huidige bouwbesluit, wat is dan de terugverdientijd? En dan blijkt dat die extra centimeters isolatie al in een paar jaar terugverdiend zijn.”

Als isoleren zo cruciaal is, dan willen we daar wel graag meer over weten. Hoe gaat dat in de praktijk?

Van den Engel: “Er zijn verschillende soorten isolatiemateriaal, de meest voorkomende zijn polystyreenschuim, PIR-schuim en steenwol. Die hebben allemaal zo hun specifieke producteigenschappen en dat geldt met name voor de isolatiewaarde. Van het ene materiaal heb je een dikkere laag nodig dan van het andere om tot hetzelfde resultaat te komen. Waar men rekening mee dient te houden bij het isoleren van daken is dat je bij bestaande appartementengebouwen te maken hebt met de opstandhoogten en dakrandhoogten. Om te bepalen met welk materiaal je gaat werken en hoe dik je dit aan kunt brengen wordt er gekeken naar deze randvoorwaarden, want de hoogte van de randen en opstanden bepalen de maximale dikte aan isolatiemateriaal. Daarnaast heb je te maken met aspecten als lichtkoepels en deuren die op het dak uitkomen. Het zijn dus de bouwkundige randvoorwaarden van het bestaande gebouw die bepalen wat je aan dikte kunt aanbrengen. En om dan meteen een bruggetje te maken naar daktuinen en begroeide daken, daar breng je nog meer centimeters aan op het dak met de substraatlagen en beplanting. Als je bij een oud dak met weinig isolatie de dakbedekking eraf haalt en vervangt voor een goed isolerende dakbedekkingsconstructie en tegelijk combineert met een daktuin, dan moet je je realiseren dat de dikte van het gehele pakket behoorlijk kan toenemen en dat moet het dak en de constructie wel aankunnen.”

Voegt een groen dak wat toe als het gaat om de isolatiewaarde van een appartementencomplex?

Van den Engel: “Primair is het een verfraaiing van het dak, daarnaast verbetert een groen dak het klimaat, zeker in een stedelijke omgeving. Fijnstof wordt opgevangen en hemelwater gebufferd. Een groen dak heeft ook invloed op de verbetering van het binnenklimaat van het appartementencomplex. Als de zon rechtstreeks op dakbedekking schijnt en het dak is niet zo goed geïsoleerd, dan neemt de dakbedekking de warmte op en straalt dit af naar binnen. Het gevolg is dat, met name op de bovenste verdieping, de temperatuur in de zomer en de winter flink kan schommelen. Bij een groendak schijnt de zon op de beplanting en de substraatlaag, waardoor de dakbedekking een gelijkmatige temperatuur houdt en er dus minder warmte naar binnen afstraalt.”

Als de isolatie van het dak klopt, want is dan de volgende stap als je als VvE zelfvoorzienend wilt zijn?

Van den Engel: “Platte daken zijn ideale opstelplaatsen voor zonne-energiesystemen, dat is omdat je de panelen kunt opstellen richting zon. Op een hellend dak ben je meer beperkt en afhankelijk van de helling van het dak. Bij een plat dak kun je de panelen neerzetten zoals je wil. Dat past goed in het verhaal van een meervoudig ruimtegebruik, zoals we dat noemen. Je kunt van een dak een terras maken, een tuin – als de constructie dat toelaat of er een opstelplaats voor zonne-energiesystemen van maken. Bij meervoudig ruimtegebruik combineer je de mogelijkheden en richt je een deel in als tuin en terras en een deel als opstelplaats voor zonnepanelen.”

Hoe ingrijpend is het om zonnepanelen op een dak aan te laten brengen?

Van den Engel: “Dat is afhankelijk van de bouwkundige onderconstructie. Heb je een goede betonconstructie dan is er veel mogelijk. Bij een pand met houten daken brengt dat beperkingen met zich mee. De constructie van het dak bepaalt in grote mate wat je wel en niet met het dak kunt doen. Overweeg je als VvE om een zonne-energiesysteem op het dak aan te laten brengen, dan is een inspectie van het dak en de dakbedekkingsconstructie zeker noodzakelijk.”

Nu zijn we telkens uitgegaan van een dak dat toch al aan vervanging toe was. Maar wat als de dakbedekking helemaal zo slecht nog niet is?

Van den Engel: “Dat is wel een heel goede vraag. Tot een jaar of tien geleden was een lekkage of een beginnende lekkage de aanleiding om het dak te renoveren. Als je een oud dak hebt dat qua waterdichtheid nog wel voldoet, maar qua isolatiewaarde niet, dan zou je als VvE eens naar de subsidieregelingen kunnen kijken. Als bijvoorbeeld je gemeente een aantrekkelijke subsidieregeling heeft voor het aan laten brengen van zonnepanelen en het isoleren van het complex, dan zou dat een goede reden zijn om de dakrenovatie naar voren te halen en eerder uit te laten voeren dan wellicht opgenomen was in het MJOP.”

Wat leveren zonnepanelen nou eigenlijk op? Is daar een formule voor?

Van den Engel: “Alle panelen hebben een vermogen en de leveranciers geven wel verwachtingen af, maar geen opbrengstgaranties. Er zijn te veel randvoorwaarden die bepalen wat de opbrengst van de zonnepanelen is. De positionering, de hellingshoek en de vervuilingsgraad zijn belangrijke factoren die bepalend zijn voor de opbrengst. En ja dan komen we toch ook weer bij het belang van isoleren. Energie die je niet nodig hebt, omdat het dak goed geïsoleerd is, hoef je ook niet duurzaam op te vangen met zonnepanelen.”

Tip voor VvE’s

Oriënteer je op bedrijven die zijn aangesloten bij een brancheorganisatie. Er is veel kaf onder het koren. Bedrijven die zijn aangesloten bij een brancheorganisatie krijgen scholing op het gebied van veilig werken en technische voorlichting. Kijk ook goed naar de rechtsbescherming van de consument. De leden van VEBIDAK leveren volgens de consumentenvoorwaarden, waardoor de consument en ook VvE’s beter beschermd zijn bij geschillen.

Gemiddelde terugverdientijd zonnepanelen

Vier zonnepanelen met een gezamenlijke capaciteit van 1.000 Wp, leveren gemiddeld per jaar in Nederland zo’n 850 kWh aan elektriciteit op. De grootte van één zonnepaneel varieert ongeveer tussen 1,35 – 1,65 m2. Uitgaande van een elektriciteitsprijs van 22 ct/kWh geeft dit een besparing van ongeveer € 187,- per jaar. De terugverdientijd voor zonnepanelen wordt steeds korter, omdat de zonnepanelen goedkoper worden. In 2014 lag de terugverdientijd tussen de 5 en 10 jaar.
(bron: zelfenergieproduceren.nl)

Tip

Goedkoop is duurkoop gaat ook op bij zonnepanelen. Kijk bij zonnepanelen níet naar de prijs per zonnepaneel, maar naar de prijs per capaciteitseenheid (Wp). Een zonnepaneel van 270 Wp dat € 210 kost, is goedkoper dan een zonnepaneel van 250 Wp dat € 200 kost. In het eerste geval kost het € 0,78 per Wp en in het tweede geval € 0,80 per Wp.
(bron: www.zonnepanelen.net)

0 reacties

Laat hier uw reactie of review achter:


Aanbevolen

top
inloggen
Meld je aan voor een gratis account...
sluiten
Aanmelden met Facebook Aanmelden met Twitter
of meld je aan met je e-mailadres
Heb je al een account?
Inloggen
Inloggen met Facebook Inloggen met Twitter
of log in met je gebruikersnaam