..........
shadow_fix

Modelreglement 2017

Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten 2017

MODELREGLEMENT BIJ SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN 2017
A. Definities en algemene bepalingen
Artikel 1
Definities
1.1 In het Reglement wordt verstaan onder:
a. Akte:
de akte van splitsing in appartementsrechten van de Gemeenschap, met inbegrip
van de tekening als bedoeld in artikel 5:109, lid 2 BW, het Reglement alsmede de
eventuele wijzigingen en/of aanvullingen daarop;
b. Appartementsrecht:
een bij de Akte ontstaan appartementsrecht;
c. Artikel:
een artikel van het Reglement;
d. Beheerder:
de door de Vergadering benoemde (rechts-)persoon als bedoeld in Artikel 61;
e. Bestuur:
het Bestuur van de Vereniging;
f. Boekjaar:
het boekjaar van de Vereniging;
g. Commissie:
een commissie, ingesteld op grond van Artikel 63;
h. BW:
het Burgerlijk Wetboek;
i. Eigenaar:
de gerechtigde tot een Appartementsrecht, waaronder begrepen een erfpachter,
opstaller en vruchtgebruiker van een Appartementsrecht en een gerechtigde tot
een recht van gebruik en/of bewoning van een Privé-gedeelte, tenzij uit de tekst of
de strekking van het desbetreffende Artikel anders blijkt;
j. Gebouw:
het gebouw of de gebouwen met toebehoren waarop het in de Splitsing betrokken
recht betrekking heeft;
k. Gebruiker:
degene die als huurder of anderszins, anders dan als Eigenaar of krachtens een
beperkt recht, het gebruik van een Privé-gedeelte heeft als bedoeld in artikel 5:120
BW;
l. Gemeenschap:
de in de Splitsing betrokken goederen;
m. Gemeenschappelijke Gedeelten:
de gedeelten als bedoeld in artikel 5:112, lid 1, onder c BW, bestaande uit:
- de Gemeenschappelijke Ruimten;

- de Grond voor zover niet vallend onder x; en
- de onderdelen van het Gebouw en de voorzieningen als vermeld in Artikel
11;
n. Gemeenschappelijke Ruimten:
de in, op, naast en onder het Gebouw en/of de op en boven de Grond aanwezige
ruimten die blijkens de Akte niet bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden
gebruikt;
o. Gemeenschappelijke Zaken:
de roerende zaken die gelden als ‘toebehoren’ als bedoeld in artikel 5:106, lid 1
BW, voor zover niet vallend onder m;
p. Grond:
de grond waarop het in de Splitsing betrokken recht betrekking heeft;
q. Huishoudelijk Reglement:
het huishoudelijk reglement als bedoeld in Artikel 64;
r. Jaarrekening:
de jaarrekening van de Vereniging als bedoeld in Artikel 16;
s. Jaarverslag:
het jaarverslag van de Vereniging als bedoeld in Artikel 16;
t. Meerjarenonderhoudsplan:
het in Artikel 14.3 bedoelde onderhoudsplan;
u. Onderappartementsrecht:
een appartementsrecht ontstaan bij een Ondersplitsing;
v. Ondereigenaar:
de gerechtigde tot een Onderappartementsrecht;
w. Ondersplitsing:
de Ondersplitsing van een Appartementsrecht als bedoeld in artikel 5:106, lid 3 BW;
x. Privé-gedeelte:
het gedeelte respectievelijk de gedeelten van het Gebouw en/of de Grond dat/die
blijkens de Akte bestemd is/zijn om door een Eigenaar als afzonderlijk geheel te
worden gebruikt;
y. Raad van Commissarissen:
de raad van commissarissen als bedoeld in artikel 2:48 juncto artikel 5:135 BW;
z. Reglement:
het bij de Akte vastgestelde reglement van splitsing;
za. Reglement van Ondersplitsing:
het bij de akte houdende een Ondersplitsing vastgestelde reglement van splitsing
ter zake van die Ondersplitsing met inbegrip van eventuele wijzigingen en/of
aanvullingen daarop;
zb. Reservefonds:
het in Artikel 14 bedoelde reservefonds;
zc. Splitsing:
de bij de Akte tot stand gebrachte splitsing in appartementsrechten;
zd. Vereniging:
de bij de Akte opgerichte vereniging van eigenaars;

ze. Vereniging van Ondereigenaars:
de bij de akte houdende een Ondersplitsing opgerichte vereniging van eigenaars;
zf. Vergadering:
de vergadering van eigenaars van de Vereniging;
zg. Voorzitter:
de voorzitter van de Vergadering.
1.2 De in Artikel 1.1 vermelde begrippen kunnen zonder verlies van inhoudelijke betekenis
zowel in enkelvoud als in meervoud voorkomen.
Artikel 2
Verplichtingen van de Eigenaars en Gebruikers
2.1 De Eigenaars en Gebruikers moeten zich overeenkomstig de eisen van redelijkheid en
billijkheid jegens elkaar gedragen. Iedere Eigenaar en Gebruiker dient voorts de
bepalingen van het Reglement, het eventuele Huishoudelijk Reglement, de eventuele
regels als bedoeld in artikel 5:128, lid 1 BW en overige tussen hen krachtens wet of
gewoonte bestaande regels voor zover die op hem betrekking hebben, na te leven.
2.2 Een Eigenaar of Gebruiker mag geen onredelijke hinder toebrengen aan de andere
Eigenaars en Gebruikers, zoals door het verspreiden van geuren, rook, gassen, trillingen,
muziek en andere geluiden. Beroepsmatige erotiek is niet toegestaan. De handel in,
productie en teelt van hard- en softdrugs is verboden. Regels ter voorkoming van
onredelijke geluidshinder of andere vormen van onredelijke hinder kunnen nader in het
Huishoudelijk Reglement worden vastgelegd.
2.3 Iedere Eigenaar en Gebruiker is verplicht alle handelingen na te laten waardoor schade
kan worden toegebracht aan de andere Eigenaars en Gebruikers, hypotheekhouders en
andere beperkt gerechtigden of aan het Gebouw, de Grond en de Vereniging.
2.4 Iedere Eigenaar en Gebruiker dient er voor in te staan dat zijn huisgenoten, zijn bezoekers
en zijn personeel het in de vorige leden van dit Artikel bepaalde naleven.
Artikel 3
Aansprakelijkheid voor schade en hinder
Iedere Eigenaar en Gebruiker is aansprakelijk voor de door hem aan het Gebouw en/of de Grond
toegebrachte schade en voor onrechtmatige hinder, voor zover deze schade of hinder aan
hemzelf, zijn huisgenoten, bezoekers of personeel kan worden toegerekend. Hij is verplicht,
voor zover dit redelijk is, maatregelen te nemen of te dulden die de strekking hebben bedoelde
schade of hinder te voorkomen of beperken.
Artikel 4
Waarschuwingsplicht en maatregelen bij schade of hinder
In het geval dat in een Privé-gedeelte belangrijke schade is ontstaan of dreigt te ontstaan of
gevaar dreigt voor ernstige hinder voor de andere Eigenaars en Gebruikers, is iedere Eigenaar en
Gebruiker verplicht het Bestuur of de Beheerder onverwijld te waarschuwen en de nodige
maatregelen te nemen.

Artikel 5
Afwenden gevaar
Iedere Eigenaar en Gebruiker is te allen tijde bevoegd en verplicht tot het nemen van
maatregelen, die strekken tot het afwenden van een voor de andere Eigenaars en Gebruikers,
het Gebouw en/of de Grond onmiddellijk dreigend gevaar. Hij is alsdan verplicht de betreffende
Eigenaar of Gebruiker respectievelijk het Bestuur of de Beheerder onverwijld te waarschuwen.
Artikel 6
Burenrecht
Titel 4 van Boek 5 BW (inzake bevoegdheden en verplichtingen van eigenaars van naburige
erven) is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing op de Eigenaars en de
Gebruikers, met dien verstande dat eventueel daarmee strijdige feitelijke situaties zoals deze
bestaan ten tijde van de Splitsing – of, in geval van een Splitsing van een nog te realiseren of in
aanbouw zijnd Gebouw ten tijde van de bouwkundige oplevering van het Gebouw – door de
Eigenaars en Gebruikers dienen te worden geduld.
Artikel 7
Publiekrecht
Een krachtens het Reglement, het eventuele Huishoudelijk Reglement of besluit van de
Vergadering toegestane inwendige of uitwendige wijziging van het Gebouw en/of de Grond mag
pas worden aangebracht nadat daarvoor de eventueel vereiste publiekrechtelijke vergunning of
toestemming is verkregen. Evenzo mag een krachtens zodanig reglement of besluit toegestaan
gebruik van Gemeenschappelijke Ruimten en/of Privé-gedeelten pas worden gemaakt, en mag
elke andere handeling met betrekking tot het Gebouw en/of de Grond pas worden verricht,
nadat een daarvoor eventueel vereiste vergunning of toestemming als bedoeld is verkregen. De
rechten voortvloeiende uit een dergelijke publiekrechtelijke vergunning of toestemming mogen
niet worden uitgeoefend als daardoor strijd ontstaat met het Reglement of een eventueel
Huishoudelijk Reglement, tenzij de Vergadering voor de uitoefening van die rechten krachtens
het Reglement toestemming heeft verleend.
B. Aandelen die door de Splitsing ontstaan
Artikel 8
Aandelen in de Gemeenschap
Iedere Eigenaar is in de Gemeenschap gerechtigd voor het in de Akte vermelde breukdeel.
De Akte vermeldt op welke grondslag het breukdeel berust.
C. Baten, schulden en kosten en reserveringen ten behoeve van het Reservefonds
Artikel 9
Baten die aan de gezamenlijke Eigenaars toekomen
9.1 De Eigenaars zijn voor de in Artikel 8 bedoelde breukdelen gerechtigd tot de baten die aan
de gezamenlijke Eigenaars toekomen, tenzij in het Reglement anders is bepaald.
9.2 Onder de in Artikel 9.1 bedoelde baten worden verstaan de aan de gezamenlijke

Eigenaars toekomende renten en andere opbrengsten van het vermogen van de
Vereniging, andere aan de gezamenlijke Eigenaars als zodanig toekomende baten,
alsmede baten toekomende aan de Vereniging, zoals de boeten bedoeld in Artikel 45.
9.3 Onder de in Artikel 9.1 bedoelde baten worden niet verstaan schadeloosstellingen ter
zake van gebreken en/of tekortkomingen aan de Gemeenschappelijke Gedeelten en/of
Gemeenschappelijke Zaken die aan de Vereniging worden uitgekeerd vanwege een
beroep op een garantie- en/of waarborgregeling waaraan niet alle Eigenaars rechten
kunnen ontlenen.
Dergelijke schadeloosstellingen komen ten goede aan de Eigenaars van de
Appartementsrechten ten aanzien waarvan het betreffende garantie- en/of
waarborgcertificaat is uitgegeven dan wel waarop de betreffende garantie- en/of
waarborgregeling betrekking heeft naar rato van de verhouding waarin die Eigenaars in de
kosten van herstel van de betreffende gebreken dienen bij te dragen. Deze
schadeloosstellingen worden als zodanig in mindering gebracht op ten laste van die
Eigenaars komende bijdragen in de kosten die gemaakt moeten worden om bedoelde
gebreken en/of tekortkomingen op te heffen, een en ander onverminderd het bepaalde in
Artikel 10.3. De kosten van een eventuele arbitrage komen ten laste van de Eigenaars van
de Appartementsrechten waarop de betreffende garantie- en/of waarborgregeling
betrekking heeft.
Artikel 10
Schulden en kosten die voor rekening zijn van de gezamenlijke Eigenaars en reserveringen ten
behoeve van het Reservefonds
10.1 De Eigenaars zijn verplicht om voor de in Artikel 8 bedoelde breukdelen bij te dragen in:
a. de in artikel 5:112, lid 1, onder a BW bedoelde schulden en kosten die voor
rekening van de gezamenlijke Eigenaars zijn; en
b. de jaarlijkse reserveringen ten behoeve van het Reservefonds,
voor zover krachtens het bepaalde in Artikel 10.3 en/of Artikel 10.4 geen afwijkende
bijdrageplicht geldt.
10.2 Tot de in Artikel 10.1 onder a bedoelde schulden en kosten worden gerekend:
a. die welke gemaakt zijn in verband met het onderhoud, het gebruik en het behoud
van de Gemeenschappelijke Gedeelten en de Gemeenschappelijke Zaken;
b. die welke verband houden met noodzakelijke herstelwerkzaamheden,
vernieuwingen en vervangingen van de Gemeenschappelijke Gedeelten en de
Gemeenschappelijke Zaken, voor zover die ingevolge het Reglement of een
rechterlijke beslissing als bedoeld in artikel 5:121 BW niet ten laste komen van
bepaalde Eigenaars;
c. de schulden van de Vereniging, waaronder schulden uit geldlening en de kosten van
de Vereniging, waaronder de kosten van administratie en beheer die op grond van
het Reglement niet voor rekening van een of meer (doch niet alle) Eigenaar(s)
komen;
d. het bedrag van de schadevergoeding door de gezamenlijke Eigenaars als zodanig
verschuldigd aan één van hen of aan een derde;
e. de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten verbonden aan het optreden door of

namens de gezamenlijke Eigenaars als procespartij in een juridische procedure,
onverminderd het bepaalde in Artikel 17.3;
f. de premies verschuldigd uit hoofde van de verzekeringen, die door het Reglement
zijn voorgeschreven of waartoe ingevolge Artikel 19 door de Vergadering is
besloten;
g. de verschuldigde publiekrechtelijke lasten voor zover geen aanslag is opgelegd aan
de afzonderlijke Eigenaars;
h. de verwarmingskosten in geval het een gemeenschappelijke installatie betreft,
waaronder begrepen de kosten van de warmwaterinstallaties, de brandstofkosten,
de elektriciteitskosten, de op de desbetreffende kosten betrekking hebbende
administratie, alsmede, voor zover van toepassing, de kosten van registratie en de
berekening van het warmteverbruik, alles voor zover de Eigenaars daarvoor niet
afzonderlijk worden aangeslagen;
i. de kosten van het waterverbruik voor zover de Eigenaars daarvoor niet afzonderlijk
worden aangeslagen;
j. indien een recht van erfpacht of een recht van opstal in de Splitsing is betrokken: de
canon respectievelijk retributie die na de datum van Splitsing opeisbaar wordt;
k. de kosten van het opstellen van het Meerjarenonderhoudsplan;
l. alle overige schulden en kosten, gemaakt in het belang van de gezamenlijke
Eigenaars als zodanig, daaronder begrepen de schulden en kosten die voortvloeien
uit besluiten van de Vergadering.
10.3 In het Reglement kan worden bepaald dat de schulden en kosten als bedoeld in Artikel
10.2 met betrekking tot bepaalde in het Reglement omschreven Gemeenschappelijke
Gedeelten en/of Gemeenschappelijke Zaken voor rekening komen van de gezamenlijke
Eigenaars in een andere verhouding dan overeenkomstig de breukdelen als bedoeld in
Artikel 8 dan wel voor rekening komen van een of meer, maar niet alle gezamenlijke
Eigenaars.
Indien het Reglement een of meer bepalingen bevat als in de vorige zin bedoeld en de
Vereniging beschikt over een Meerjarenonderhoudsplan, zal de hoogte van de door de
Eigenaars verschuldigde bijdragen aan het Reservefonds jaarlijks worden bepaald met
inachtneming van de in dit Artikel 10.3 bedoelde bepalingen.
Schulden en kosten ter zake van Gemeenschappelijke Gedeelten en/of
Gemeenschappelijke Zaken waarvoor een garantie- en/of waarborgregeling als bedoeld in
Artikel 9.3 geldt en die door die regeling volledig worden gedekt, komen volledig voor
rekening van de Eigenaars van de Appartementsrechten ten aanzien waarvan het
betreffende garantie- en/of waarborgcertificaat is uitgegeven dan wel waarop de
betreffende garantie- en/of waarborgregeling betrekking heeft. Indien en voor zover een
garantie- en/of waarborgregeling niet alle in de vorige zin bedoelde kosten en schulden
dekt, komen deze ten laste van de gezamenlijke Eigenaars.
10.4 Indien een recht van erfpacht of een recht van opstal in de Splitsing is betrokken, en bij de
akte van vestiging erfpacht respectievelijk opstal dan wel bij een nadien gepasseerde
notariële akte, waarvan een afschrift is ingeschreven in de openbare registers voor
registergoederen, een splitsing van de canon/retributie is overeengekomen op grond
waarvan de afzonderlijke Eigenaars jegens de Grondeigenaar aansprakelijk zijn in een

andere verhouding dan met toepassing van de breukdelen als bedoeld in Artikel 8 het
geval zou zijn, zijn de Eigenaars onderling verplicht bij te dragen in de canon/retributie in
dezelfde verhouding als waarin ieder afzonderlijk aansprakelijk is jegens de
Grondeigenaar.
Artikel 11
Onderdelen van het Gebouw, Gemeenschappelijke Ruimten en voorzieningen die voor rekening
zijn van de gezamenlijke Eigenaars
11.1 Tot de onderdelen van het Gebouw, de Gemeenschappelijke Ruimten en voorzieningen,
waarvan de kosten conform Artikel 10.2 onder a en b voor rekening van de gezamenlijke
Eigenaars komen, worden, voor zover aanwezig en niet toebehorend aan een derde,
onder meer gerekend:
a. de funderingen, de dragende muren, de kolommen, het geraamte van het Gebouw,
de gevels (daaronder begrepen de gevelbeplatingen en dilataties), de puien, de
balkons, de galerijen, de daken (inclusief de waterkerende lagen), de dakbedekking,
de dakkapellen, de schoorstenen, de rook- en ventilatiekanalen, de
rookgasafvoeren, de vuilstortkokers, de lift- en leidingschachten, alsmede de
vloeren en de wanden die de scheiding vormen tussen Gemeenschappelijke
Ruimten of tussen (een) Gemeenschappelijk(e) Ruimte(n) en (een) Privégedeelte(
n) of tussen Privé-gedeelten;
b. het hek- en traliewerk (voor zover het geen hek en traliewerk betreft ter
afscheiding van de tot een Privé-gedeelte behorende tuin), de borstweringen, de
(vlucht)trappen, de entrees, de hallen, de gangen, de trappenhuizen, de
hellingbanen, de algemene bergingen, de fietsenbergingen, de containerruimten,
de ruimten voor de energievoorzieningen, de liftmachines, de
(stads-)verwarmingsinstallatie en de warmwaterinstallatie, de hydrofoorinstallaties
en de vuilcontainers;
c. de plafonds en overige afwerklagen en de bekleding van de vloeren en de wanden
die zich bevinden in de Gemeenschappelijke Ruimten, alsmede de plafonds en
afwerklagen van de vloeren van de balkons en terrassen, ook voor zover behorend
tot een Privé-gedeelte, tenzij het plafond of de afwerklaag op het balkon/terras
door de betreffende Eigenaar of zijn rechtsvoorganger is aangebracht;
d. de raamkozijnen (inclusief ramen en het daarin aanwezige glas) alsmede
deurkozijnen met de deuren (inclusief schuifdeuren) en drempels die zich bevinden
in de (al dan niet aan balkons of terrassen grenzende) gevels en/of in de wanden
die de scheiding vormen tussen Gemeenschappelijke Ruimten of tussen (een)
Gemeenschappelijk(e) Ruimte(n) en een Privé-gedeelte, alsmede het daarbij
behorende (standaard) hang- en sluitwerk, onverminderd het bepaalde in Artikel
12.2 onder c, en de ventilatieroosters, suskasten en deurdrangers;
e. de energiebesparende voorzieningen ten behoeve van de gezamenlijke Eigenaars;
f. de installaties met de daarbij behorende leidingen, voorzieningen en overige
werken, zoals:
- de lift(en);
- de hydrofoor/-foren;

- de (stads-)verwarming dan wel (gecombineerde) blokverwarming en/of
warmwatervoorziening of WKO-installatie, met inbegrip van de radiatoren,
radiatorkranen en warmtemeters in een Privé-gedeelte (voor zover geen
eigendom van derden);
- de luchtbehandeling en de ventilatie;
- de rook- en branddetectie en verdere voorzieningen ter zake van
brandbestrijding;
- de bliksembeveiliging of andersoortige centrale aarding;
- de algemene beveiliging;
- de verlichting van de Gemeenschappelijke Gedeelten,
- de droge blusleidingen;
- de brand- en/of doormeldinstallatie;
- de gevelonderhoudsinstallatie;
- de GSO-installatie (Gemeenschappelijke Satelliet Ontvangst);
- de gemeenschappelijke Arbo voorzieningen;
- de AED;
- het drainagesysteem en de voorzieningen voor lokale wateropslag,
voor zover de schulden en kosten daarvan niet op grond van Artikel 12 ten laste
komen van een individuele Eigenaar;
g. de leidingen en buizen voor:
- de afvoer van hemelwater en afvalwater;
- het transport van gas, water, elektriciteit, data en telefoon-, audio- en
videosignalen,
met uitzondering van de leidingen en buizen bedoeld in Artikel 12 (ii) onder f en g;
h. de huisbel- en deuropenerinstallatie (inclusief de centrale panelen voorzien van
drukknoppen, intercom, videofoon, videobewakingssysteem en naambordhouders),
ook voor zover deze zich in de Privé-gedeelten bevinden, met de daarbij behorende
leidingen, voorzieningen en overige werken, alsmede de brievenbussen;
i. de overige collectieve voorzieningen.
11.2 Op nieuwe onderdelen en voorzieningen als hiervoor bedoeld is het voorgaande van
toepassing met ingang van de dag van aanbrenging daarvan.
11.3 In geval van twijfel of sprake is van een onderdeel van het Gebouw of een voorziening als
in dit Artikel bedoeld, geldt het bepaalde in Artikel 22.
Artikel 12
Schulden en kosten die voor rekening zijn van de individuele Eigenaars
Tot de schulden en kosten die voor rekening zijn van de individuele Eigenaars worden onder
meer gerekend:
(i) de schulden en kosten die worden gemaakt in verband met het onderhoud, verbetering
en schoonhouden van het Privé-gedeelte; en
(ii) de schulden en kosten die worden gemaakt ter zake van:
a. het onderhoud, herstel en de vervanging van de niet-dragende wanden in het Privégedeelte;
b. het onderhoud, herstel en de vervanging van plafonds en overige afwerklagen,

zoals dekvloeren, tegelwerk, stucwerk, schilderwerk, behang en de bekleding van
de vloeren en wanden binnen het Privé-gedeelte, met uitzondering van de plafonds
en afwerklagen van de vloeren van de tot het Privé-gedeelte behorende balkons en
terrassen, tenzij het betreft een na de bouw gerealiseerd balkon of terras;
c. het onderhoud, herstel en de vervanging van de in het Privé-gedeelte aanwezige
(inpandige) raamkozijnen inclusief ramen en het daarin aanwezige glas alsmede van
de (inpandige) deurkozijnen met de deuren en drempels, waaronder begrepen het
inpandige hang- en sluitwerk, met uitzondering van hetgeen is vermeld in Artikel
11.1 onder d;
d. het schilderen van de onder c bedoelde kozijnen, ramen en deuren alsmede van de
gedeelten van de ramen en deuren (inclusief schuifdeuren) die zich in gesloten
toestand aan de binnenzijde van het Privé-gedeelte bevinden;
e. het onderhoud, herstel en de vervanging van de in het Privé-gedeelte aanwezige
douchecabines, baden, wastafels, waterclosets en wasbakken, een en ander met de
bijbehorende kranen en leidingwerk tot de begrenzing van het Privé-gedeelte
alsmede de kasten en apparatuur in de sanitaire ruimten en de keuken;
f. het schoonhouden en ontstoppen van alle sanitaire voorzieningen en daarbij
behorende afvoerleidingen tot de begrenzing van het Privé-gedeelte;
g. het onderhoud, herstel en de vervanging van afvoerbuizen van hemelwater en
afvalwater, de meterkast en de leidingen voor het transport van gas, water,
elektriciteit en telefoon, audio- en videosignalen van de meterkast naar het Privégedeelte
en/of in het Privé-gedeelte, waaronder tevens begrepen de afvoerbuizen
en leidingen die zich bevinden in een vloer of een wand die het Privé-gedeelte
omsluit en die bereikbaar zijn zonder schade van betekenis toe te brengen aan de
betreffende vloer of wand, een en ander voor zover de betreffende voorzieningen
uitsluitend strekken ten behoeve van het betreffende Privé-gedeelte. Onder schade
van betekenis valt schade die niet eenvoudig door de Eigenaar hersteld kan
worden;
h. het onderhoud, herstel en de vervanging van de installaties met daarbij behorende
leidingen, voorzieningen en overige werken voor de zelfstandige verwarming en
koeling van het Privé-gedeelte;
i. het onderhoud, herstel en de vervanging van de andere onderdelen van het
Gebouw en/of voorzieningen die in de Akte als zodanig zijn aangewezen.
Artikel 13
Verwijdering installaties en andere voorzieningen
De Vergadering kan besluiten een installatie of een andere voorziening die voor rekening komt
van twee of meer Eigenaars te verwijderen. Alle bepalingen in het Reglement en het eventuele
Huishoudelijk Reglement met betrekking tot dergelijke installaties en andere voorzieningen zijn
vanaf het moment van verwijdering niet meer op de betreffende installatie respectievelijk
andere voorziening van toepassing.
Artikel 14
Reservefonds en Meerjarenonderhoudsplan

14.1 Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 5:126 BW houdt de Vereniging een
Reservefonds in stand ter bestrijding van andere dan de gewone jaarlijkse kosten. Binnen
het Reservefonds kan per kostensoort een bestemmingsreserve worden gevormd. Ter
zake van het Reservefonds geldt voorts het bepaalde in Artikel 47.
14.2 Indien het Gebouw geheel of gedeeltelijk bestemd is voor bewoning, bedraagt de
jaarlijkse reservering ten behoeve van het Reservefonds:
a. ten minste het bedrag dat door de Vergadering is vastgesteld ter uitvoering van het
Meerjarenonderhoudsplan; of
b. ten minste een half procent van de herbouwwaarde van het Gebouw.
De Vergadering besluit op welk van beide hiervoor vermelde wijzen de Eigenaars aan het
Reservefonds dienen bij te dragen.
14.3 Het Meerjarenonderhoudsplan is ten hoogste vijf jaar oud. Het bevat een planning voor
het niet-jaarlijkse onderhoud en herstel, en de niet-jaarlijkse vernieuwing van het
Gebouw en de op, in en onder de Grond aanwezige werken, een en ander met
uitzondering van de Privé-gedeelten.
Het Meerjarenonderhoudsplan bevat daartoe:
- de werkzaamheden die verricht moeten worden in ten minste de tien Boekjaren
volgend op het Boekjaar waarin het Meerjarenonderhoudsplan is vastgesteld; en
- de berekening van de daarmee gemoeide kosten, zulks gelijkmatig toegerekend aan
de onderscheiden Boekjaren, zodanig dat de voor een bepaald Boekjaar voorziene
kosten uit het Reservefonds voldaan kunnen worden.
14.4 Indien de Vergadering besluit om aan het Reservefonds bij te dragen conform het
bepaalde in Artikel 14.2 onder a is het Bestuur verplicht om een
Meerjarenonderhoudsplan op te stellen dan wel te doen opstellen. Het Bestuur zal het
Meerjarenonderhoudsplan ter vaststelling voorleggen aan de Vergadering.
14.5 Indien het Gebouw niet geheel of gedeeltelijk bestemd is voor bewoning is Artikel 14.2
van overeenkomstige toepassing, tenzij de Vergadering anders besluit.
14.6 Het Reservefonds dient te worden besteed met inachtneming van het
Meerjarenonderhoudsplan. Aanwending van het Reservefonds bij afwezigheid dan wel in
afwijking van het Meerjarenonderhoudsplan is uitsluitend mogelijk na een daartoe
strekkend besluit van de Vergadering. Op dit besluit is het bepaalde in de Artikelen 56.5
en 56.6 van toepassing.
D. Jaarlijkse begroting, Jaarrekening en bijdragen
Artikel 15
Jaarlijkse begroting, Jaarrekening en bijdragen
15.1 Uiterlijk in de jaarvergadering als bedoeld in Artikel 49.1 wordt de begroting vastgesteld
voor het lopende Boekjaar, in welke begroting de volgende posten duidelijk moeten zijn
onderscheiden:
a. de schulden en kosten als bedoeld in Artikel 10.1 onder a;
b. de aan het desbetreffende Boekjaar toe te rekenen bedragen uit hoofde van het
eventuele Meerjarenonderhoudsplan;
c. de toevoegingen aan het Reservefonds en ieders aandeel daarin conform de uit het

Reglement voortvloeiende bijdrageplicht; en
d. de baten bedoeld in Artikel 9.2.
Indien één of meer Privé-gedeelten door de Eigenaar(s) wordt/worden verhuurd, wordt,
met het oog op de berekening van de eigenaars- en gebruikerslasten, op verzoek van en
voor rekening van de betreffende Eigenaar(s), in de begroting een splitsing aangebracht
tussen kosten die aan de huurder kunnen worden doorberekend en overige kosten.
15.2 De begroting wordt vastgesteld door de Vergadering. Bij het vaststellen van de begroting
bepaalt de Vergadering tevens het bedrag dat bij wijze van voorschotbijdragen door de
Eigenaars verschuldigd is, alsmede het aandeel van iedere Eigenaar daarin, vastgesteld
met inachtneming van het bepaalde in Artikel 10.1.
15.3 De Eigenaars zijn verplicht met ingang van de eerste maand van het desbetreffende
Boekjaar maandelijks bij vooruitbetaling één/twaalfde van het bedoelde aandeel aan de
Vereniging te voldoen, tenzij de Vergadering anders besluit.
Voor het gedeelte van de voorschotbijdrage van een Eigenaar dat ziet op zijn bijdrage aan
het Reservefonds is hij bevoegd de in Artikel 47.3 bedoelde bankgarantie te stellen.
De betaling van de verschuldigde voorschotbijdrage kan niet worden verrekend of
opgeschort in verband met een (vermeende) vordering op de Vereniging of de
gezamenlijke Eigenaars.
Zolang door de Vergadering niet de voorschotbijdrage voor een Boekjaar is vastgesteld,
moeten de Eigenaars de laatstelijk vastgestelde voorschotbijdragen voldoen. Deze
voorschotbijdragen worden verrekend met de door de Vergadering krachtens Artikel 15.2
vastgestelde voorschotbijdragen. Een eventueel overschot wordt in mindering gebracht
op toekomstige nieuw vastgestelde bedragen, tenzij de Vergadering anders besluit.
Artikel 16
Jaarrekening en bijdragen Eigenaars
16.1 Na afloop van elk Boekjaar maakt het Bestuur het Jaarverslag en de Jaarrekening op.
Het Jaarverslag vermeldt de gang van zaken inzake de Vereniging en geeft een overzicht
van het gevoerde beleid.
De Jaarrekening bestaat uit:
- de exploitatierekening als bedoeld in artikel 5:112 BW, omvattende de baten en
lasten over het afgelopen Boekjaar, onderverdeeld naar de posten vermeld in
Artikel 15.1, alsmede een toelichting;
- de balans, waaruit onder meer de omvang van het Reservefonds blijkt.
Indien één of meer Privé-gedeelten door de Eigenaar(s) wordt/worden verhuurd, wordt
met het oog op de berekening van de eigenaars- en gebruikerslasten op verzoek en voor
rekening van de betreffende Eigenaar(s) in de lasten van de exploitatierekening een
splitsing aangebracht tussen kosten die aan de huurder kunnen worden doorberekend en
overige kosten.
16.2 In de jaarvergadering bedoeld in Artikel 49.1 legt het Bestuur de Jaarrekening ter
goedkeuring voor aan de Vergadering. De Jaarrekening wordt ondertekend door de
bestuurders en de commissarissen. Ontbreekt een Raad van Commissarissen en wordt
omtrent de getrouwheid van de stukken aan de Vergadering niet een verklaring

overgelegd afkomstig van een accountant bedoeld in artikel 2:393, lid 1 BW, dan brengt
de kascommissie bedoeld in Artikel 63.2 ter vergadering verslag van haar bevindingen
omtrent de Jaarrekening uit. Na de goedkeuring van de Jaarrekening door de Vergadering,
besluit de Vergadering over de décharge van het Bestuur voor het gevoerde beleid voor
zover dat blijkt uit de Jaarrekening.
16.3 Bij het vaststellen van de Jaarrekening bepaalt de Vergadering tevens de definitieve
bijdragen van de Eigenaars met inachtneming van het bepaalde in Artikel 10.1.
16.4 Bij de toepassing van het in Artikel 16.3 bepaalde treden de definitieve bijdragen in de
plaats van de in Artikel 15.2 bedoelde voorschotbijdragen. Indien deze
voorschotbijdragen de definitieve bijdragen te boven gaan, zal het verschil aan de
Eigenaars worden terugbetaald, tenzij de Vergadering anders besluit. Indien de definitieve
bijdragen de voorschotbijdragen te boven gaan, moeten de Eigenaars het tekort binnen
een maand na de vaststelling van de exploitatierekening aanzuiveren, tenzij de
Vergadering anders besluit.
16.5 Het Bestuur casu quo de Beheerder zal op verzoek en voor rekening van een Eigenaar die
als ondernemer wordt aangemerkt in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968,
ervoor zorg dragen dat de betreffende Eigenaar over een geheel Boekjaar een afrekening
ontvangt waarin is opgenomen de door de Vereniging in het betreffende Boekjaar
betaalde omzetbelasting, voor zover deze omzetbelasting is doorberekend in de door die
Eigenaar verschuldigde voorschotbijdragen respectievelijk definitieve bijdragen aan de
Vereniging.
De afrekeningen ter zake van de reeds in rekening gebrachte voorschotbijdragen
respectievelijk definitieve bijdragen over het betreffende Boekjaar zullen voor hetzelfde
bedrag worden gecrediteerd. Tevens zullen kopieën worden verstrekt van de
inkoopfacturen die betrekking hebben op de door de Vereniging betaalde en aan die
Eigenaar doorberekende omzetbelasting.
Artikel 17
Wanbetaling
17.1 Indien een Eigenaar de door hem aan de Vereniging verschuldigde bijdragen als bedoeld
in Artikel 15.3 en/of Artikel 16.3 en/of Artikel 56.7 en/of boetes niet binnen een maand
nadat het bedrag opeisbaar is geworden aan de Vereniging heeft voldaan, is hij zonder dat
enige ingebrekestelling is vereist in verzuim en is hij over dat bedrag, van de datum van
opeisbaarheid af, een rente verschuldigd, berekend op basis van de wettelijke rente als
bedoeld in artikel 6:119 BW, met een minimum van tien euro (€ 10,=) of zoveel meer als
de Vergadering jaarlijks mocht vaststellen. Het Bestuur is bevoegd dit bedrag te matigen.
Artikel 45 is niet van toepassing.
17.2 Indien een Eigenaar het bedrag van zijn definitieve bijdrage niet binnen zes maanden na
verloop van de termijn als bedoeld in Artikel 16.4 heeft voldaan, wordt zijn schuld
omgeslagen over de andere Eigenaars in de onderlinge verhouding als is bepaald in de
volgende volzin van dit Artikel 17.2, ongeacht de maatregelen die jegens de nalatige
Eigenaar kunnen worden genomen en onverminderd het recht van verhaal van de andere
Eigenaars op eerstgenoemde. De in de vorige volzin bedoelde verhouding is de
verhouding als bepaald in Artikel 8, met dien verstande dat de in dat Artikel bedoelde

breukdelen worden gewijzigd zodanig dat de noemer voor de breukdelen gelijk is aan de
som van de tellers van de breukdelen van de in de vorige volzin bedoelde andere
Eigenaars.
17.3 Een Eigenaar is verplicht alle door de Vereniging gemaakte kosten, die van rechtskundige
bijstand daaronder begrepen, voor het verhalen van het door hem aan de Vereniging
verschuldigde, zowel in als buiten rechte, aan de Vereniging te vergoeden.
Artikel 18
Gemeenschappelijk Appartementsrecht, Ondersplitsing
18.1 Voor het geval een Appartementsrecht aan meer Eigenaars gezamenlijk toebehoort, zijn
die Eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen die uit de gerechtigdheid tot
dat Appartementsrecht voortvloeien, tenzij het gezamenlijk toebehoren een gevolg is van
een Ondersplitsing.
18.2 In geval van Ondersplitsing gelden de rechten en verplichtingen van de Eigenaar van het
in de Ondersplitsing betrokken Appartementsrecht als rechten en verplichtingen van de
Ondereigenaars gezamenlijk.
18.3 De Eigenaar die zijn Appartementsrecht betrekt in een Ondersplitsing dient daarvan
binnen veertien dagen na de Ondersplitsing mededeling te doen aan het Bestuur onder
vermelding van de personalia en adres(-sen) van de Ondereigenaar(s).
E. Verzekeringen
Artikel 19
Verzekeringen
19.1 Het Bestuur dient het Gebouw te verzekeren bij één of meer door de Vergadering aan te
wijzen verzekeraars tegen water-, storm-, brand- en ontploffingsschade
(opstalverzekering). Het Bestuur dient tevens een verzekering af te sluiten voor de
wettelijke aansprakelijkheid die kan ontstaan voor de Vereniging en voor de Eigenaars als
zodanig. De Vergadering is daarnaast bevoegd te besluiten tot het aangaan van
verzekeringen tegen andere gevaren, zoals ter dekking van de aansprakelijkheid van een
bestuurder of commissaris.
19.2 De Vergadering stelt het bedrag van de verzekeringen vast. Het verzekerde bedrag dient
wat de opstalverzekering betreft overeen te stemmen met de herbouwkosten van het
Gebouw. De vraag of deze overeenstemming bestaat, dient periodiek gecontroleerd te
worden in overleg met de verzekeraar.
19.3 Verzekeringsovereenkomsten worden afgesloten door het Bestuur ten name van de
Vereniging en ten behoeve van de gezamenlijke Eigenaars en mede ten behoeve van de
Vereniging. Het Bestuur is daartoe, voor zover het betreft de in de eerste zin van Artikel
19.1 bedoelde verzekeringen, slechts bevoegd indien het bepaalde in Artikel 19.5 wordt
nageleefd.
19.4 De Eigenaars dienen de uit hoofde van de verzekeringsovereenkomsten als bedoeld in de
eerste zin van Artikel 19.1 uit te keren schadepenningen, indien deze een bedrag gelijk
aan één procent van de verzekerde waarde van het Gebouw te boven gaan, te doen
plaatsen op een voor de financiering van het herstel van de schade krachtens besluit van

de Vergadering door het Bestuur te openen afzonderlijke rekening ten name van de
Vereniging. Deze gelden dienen steeds bestemd te blijven voor het herstel of de
wederopbouw, onverminderd artikel 5:136, lid 4 BW.
In geval van toepassing van het bepaalde in artikel 5:136, lid 4 BW zal, indien een Eigenaar
zich heeft schuldig gemaakt aan een daad of verzuim die krachtens de wet of de
verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke ongehoudenheid van de verzekeraar tot
uitkering van de schadepenningen tot gevolg zou hebben, de uitkering van het aandeel
van de desbetreffende Eigenaar dienen te geschieden aan de verzekeraar.
19.5 Het Bestuur dient ervoor te zorgen, dat de verzekeringsovereenkomsten als bedoeld in de
eerste zin van Artikel 19.1 (opstalverzekeringen) de volgende clausule bevatten:
“Zolang de eigendom van (dan wel een beperkt recht op) het verzekerde gebouw gesplitst
is in appartementsrechten, gelden de volgende aanvullende voorwaarden.
Een daad of verzuim van een eigenaar van een appartementsrecht, welke krachtens de
wet of de verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke ongehoudenheid van
ondergetekenden tot uitkering van de verzekeringspenningen tot gevolg zou hebben, laat
de uit deze polis voortvloeiende rechten onverlet.
Niettemin zal de verzekeraar in zodanig geval gerechtigd zijn, mits zij voor de uitkering de
wens daartoe te kennen heeft gegeven, een aandeel in de schadepenningen
overeenkomende met het aandeel waarin de desbetreffende eigenaar in de gemeenschap
gerechtigd is, van deze terug te vorderen. In geval van toepassing van artikel 5:136, lid 4
BW zal de uitkering van het aandeel in bedoeld geval in plaats van aan de eigenaar
geschieden aan de verzekeraar.
Gaat de verschuldigde uitkering een bedrag gelijk aan elfduizend driehonderd vijfenveertig
euro (€ 11.345,=) te boven, dan geschiedt zij op de wijze te bepalen door de vergadering
van eigenaars, zulks blijkende uit een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de
notulen van de vergadering.
Door uitkering overeenkomstig de voorwaarden dezer polis zal de verzekeraar tegenover
alle belanghebbenden volledig zijn gekweten”.
19.6 In geval door de Vergadering besloten wordt tot herstel of herbouw, is het bepaalde in
artikel 5:136, leden 2 tot en met 4 BW en artikel 5:138 BW van toepassing, met dien
verstande dat uitkering van het aan iedere Eigenaar toekomende aandeel in de
verzekeringspenningen aan deze in de in artikel 5:136, lid 4 BW bedoelde gevallen slechts
zal kunnen geschieden met toestemming van degenen die op het desbetreffende
Appartementsrecht een recht van hypotheek hebben.
19.7 Indien de schadepenningen niet toereikend blijken te zijn voor herstel of herbouw, draagt
iedere Eigenaar bij in het tekort, in de verhouding als bedoeld in Artikel 10.1,
onverminderd het verhaal op degene die voor de schade aansprakelijk is.
19.8 Iedere Eigenaar is bevoegd een aanvullende verzekering te sluiten. In het geval van een
verandering in het Privé-gedeelte als bedoeld in artikel 5:119 BW is het Bestuur tot het
sluiten van een aanvullende verzekering verplicht. Iedere Eigenaar is verplicht het Bestuur
onverwijld van een verandering in het Privé-gedeelte schriftelijk of per e-mail in kennis te
stellen. Leidt de verandering tot een wijziging van de verzekeringspremie dan komt het
verschil voor rekening van de desbetreffende Eigenaar.
19.9 Leidt het gebruik van een Privé-gedeelte tot verhoging van de verzekeringspremie, dan

komt die verhoging voor rekening van de desbetreffende Eigenaar.
F. Gebruik, beheer en onderhoud van de Gemeenschappelijke Gedeelten en
Gemeenschappelijke Zaken
Artikel 20
Onderhoud Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken
20.1 De Vereniging voert het beheer over en draagt de zorg voor het onderhoud en herstel van
de Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken.
20.2 Bij Huishoudelijk Reglement kunnen het gebruik, het beheer en het onderhoud van de
Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken nader worden geregeld.
Artikel 21
Gebruik Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken
21.1 Iedere Eigenaar en Gebruiker heeft het medegebruik van de Gemeenschappelijke
Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken volgens de bestemming daarvan.
Iedere Eigenaar en Gebruiker is verplicht de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen met
betrekking tot de Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken, ook
wanneer die zich in zijn Privé-gedeelte bevinden. Hij mag geen inbreuk maken op het
recht van medegebruik van de andere Eigenaars en Gebruikers.
21.2 In afwijking van het in de eerste zin van Artikel 21.1 bepaalde kan in het Reglement
worden bepaald dat aan een Appartementsrecht niet het medegebruik van een bepaald
Gemeenschappelijk Gedeelte en/of bepaalde Gemeenschappelijke Zaak is verbonden.
Tenzij het Reglement anders bepaalt, behoeft de betreffende Eigenaar in dat geval niet bij
te dragen in de schulden en kosten die betrekking hebben op dat Gemeenschappelijke
Gedeelte respectievelijk die Gemeenschappelijke Zaak.
21.3 In afwijking van het in Artikel 21.1 bepaalde kan de Vereniging krachtens een besluit van
de Vergadering dat tot stand gekomen is met de in Artikel 56.5 vermelde meerderheid,
Gemeenschappelijke Gedeelten en/of Gemeenschappelijke Zaken krachtens
overeenkomst aan een Eigenaar of een derde in gebruik geven, al dan niet tegen een door
de Vergadering te bepalen vergoeding, mits:
a. de andere Eigenaars en Gebruikers hierdoor niet onredelijk worden beperkt in het
gebruik en genot van hun Privé-gedeelte en/of hun medegebruik van de
Gemeenschappelijke Gedeelten en/of Gemeenschappelijke Zaken; en
b. de ingebruikgeving kan worden beëindigd door opzegging met inachtneming van
een overeen te komen termijn van ten hoogste zes maanden na een daartoe door
de Vergadering genomen besluit genomen met de in Artikel 56.5 vermelde
meerderheid.
Aan de toestemming tot ingebruikgeving kunnen ook andere voorwaarden worden
verbonden.
21.4 In geval van ingebruikgeving als bedoeld in Artikel 21.3 van een Gemeenschappelijk
Gedeelte en/of Gemeenschappelijke Zaak geldt het in Artikel 23.6 bepaalde onverkort.

Artikel 22
Uitleg Akte en splitsingstekening
22.1 In geval van twijfel over de uitleg van de Akte dient, in het uiterste geval door de rechter,
te worden vastgesteld welke uitleg naar objectieve maatstaven het meest aannemelijk is,
waarbij slechts acht mag worden geslagen op de gegevens die voor derden uit of aan de
hand van de Akte kenbaar zijn en voorts rekening wordt gehouden met:
- de aan de Akte te ontlenen aanwijzingen, en met hetgeen daaruit valt af te leiden
omtrent de bedoeling van degene(n) die tot Splitsing of wijziging van de Splitsing
is/zijn overgegaan;
- de rechtsgevolgen waartoe de mogelijke interpretaties van de Akte zouden leiden;
- de feitelijke situatie van het Gebouw en/of de Grond, waarbij kennisneming van de
situatie ter plaatse van belang kan zijn voor de beantwoording van de vraag welke
uitleg het meest aannemelijk is indien de onderdelen van de Akte die voor
verschillende uitleg vatbaar zijn, verwijzen naar feitelijke kenmerken van het
Gebouw en/of de Grond; en
- de overige uit de rechtspraak eventueel voortvloeiende normen.
22.2 Indien de tekst van de Akte in combinatie met de tot de Akte behorende
splitsingstekening geen uitsluitsel geeft over de vraag of een bepaalde ruimte tot een
Privé-gedeelte of een Gemeenschappelijke Ruimte behoort, kan er niet op voorhand van
worden uitgegaan dat hetzij de tekst van de Akte hetzij de tot de Akte behorende
splitsingstekening de bedoeling van degene(n) die tot Splitsing of wijziging van de Splitsing
is/zijn overgegaan juist weergeeft. De inhoud van de Akte dient te worden vastgesteld op
de in Artikel 22.1 beschreven wijze, waarbij mede rekening wordt gehouden met de
gedetailleerdheid waarin de betreffende gedeelten zijn omschreven in de tekst van de
Akte en zijn weergegeven op de tot de Akte behorende splitsingstekening.
22.3 Kopteksten zijn in het Reglement slechts ingevoegd voor het leesgemak en zijn niet van
invloed op de inhoud van de hierin opgenomen bepalingen.
Artikel 23
Gebruik Gemeenschappelijke Ruimten
23.1 Iedere Eigenaar en Gebruiker is verplicht zich te onthouden van luidruchtigheid, het
onnodig verblijf in de Gemeenschappelijke Ruimten en het plaatsen van voertuigen of
andere voorwerpen op plaatsen die hiervoor niet zijn bestemd.
23.2 De Gemeenschappelijke Ruimten mogen niet worden gebruikt voor het ophangen van
schilderijen, afbeeldingen of andere voorwerpen, en het aanbrengen van decoraties en
dergelijke.
23.3 De Vergadering kan toestemming verlenen tot het verrichten van handelingen die
afwijken van het bepaalde in de Artikelen 23.1 en 23.2.
23.4. Een Eigenaar of Gebruiker die buitenshuis afhankelijk is van een scootmobiel en in het
Privé-gedeelte geen redelijkerwijs geschikte plaats heeft om deze te stallen, is bevoegd
om deze te stallen in een Gemeenschappelijke Ruimte.
De locatie waar de Eigenaar of Gebruiker de scootmobiel in dat geval wenst te stallen,
behoeft de toestemming van de Vergadering. Vanwege het bepaalde in de Wet gelijke
behandeling op grond van handicap of chronische ziekte kan de Vergadering de

toestemming niet weigeren indien de Vereniging geen andere - objectief gezien -
redelijkerwijs geschikte stallingsplaats kan aanwijzen, waarbij de aanvaardbaarheid van
het alternatief dient worden beoordeeld vanuit het perspectief van de Eigenaar of
Gebruiker om wie het gaat.
Indien de betreffende Eigenaar of Gebruiker en de Vergadering niet in onderling overleg
tot overeenstemming komen omtrent het volgende:
- of de Eigenaar/Gebruiker voor het zich buitenshuis verplaatsen wel of niet
afhankelijk is van een scootmobiel;
- of in het Privé-gedeelte wel of geen redelijkerwijs geschikte plaats aanwezig is om
een scootmobiel te stallen;
- of een door de Vergadering voorgestelde alternatieve stallingsplaats voor de
Eigenaar/Gebruiker fysiek haalbaar is, gelet op de aard van de handicap of
chronische ziekte en de daaruit voor de Eigenaar/Gebruiker voortvloeiende
beperkingen en het verwachte verloop daarvan,
dient dit te worden beoordeeld door een door de betreffende Eigenaar/Gebruiker en
Vergadering gezamenlijk aan te wijzen onafhankelijk therapeut of indicatie-adviseur (een
ter zake deskundige adviseur in dienst van het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) als
bedoeld in de Wet langdurige zorg of een daarvoor in de plaats gekomen regeling).
Het hiervoor in dit Artikel 23.4 bepaalde geldt niet indien de Vergadering kan aantonen
dat het onthouden van toestemming voor het in de Gemeenschappelijke Ruimten stallen
van de scootmobiel noodzakelijk is ter bescherming van de veiligheid van de andere
Eigenaars en/of Gebruikers. In dat geval zal de Vergadering geen toestemming voor het
stallen verlenen.
Het hiervoor in dit Artikel 23.4 bepaalde is van overeenkomstige toepassing op andere
voorzieningen die een Eigenaar of Gebruiker vanwege een handicap of chronische ziekte
nodig heeft.
De kosten van aanleg, gebruik, energieverbruik, onderhoud, herstel en vernieuwing van
de voorzieningen die in de Gemeenschappelijke Ruimten worden aangebracht en de
kosten van herstel van beschadigingen die achterblijven wanneer de voorzieningen
worden verwijderd, komen ten laste van de Eigenaar of Gebruiker ten behoeve van wie
deze zijn aangebracht.
23.5 Het in Artikel 23.4 bepaalde geldt niet indien en voor zover uit de Wet maatschappelijke
ondersteuning 2015, de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische
ziekte of enige andere wettelijke regeling anders voortvloeit.
23.6 Het is, behoudens het bepaalde in Artikel 23.4, niet toegestaan om op enigerlei wijze, in
strijd met de ter plaatse geldende veiligheidsvoorschriften, de doorgang via de
Gemeenschappelijke Ruimten, in het bijzonder vluchtwegen, te belemmeren,
bijvoorbeeld door het plaatsen van voorwerpen of andere obstakels (zoals kinderwagens,
fietsen en andere voertuigen, vuilniscontainers en bloembakken).
23.7 De afvoer van vuilnis dient te geschieden overeenkomstig de ter plaatse geldende
richtlijnen en voorts overeenkomstig de besluiten van de Vergadering en/of het Bestuur
en met inachtneming van het eventuele Huishoudelijk Reglement.
Indien (mede) ten behoeve van de afvoer van huisvuil containers beschikbaar zijn, dient
het huisvuil daarin te worden gedeponeerd. Het deponeren en opslaan van huisvuil op

galerijen, gangen of in trappenhuizen en/of andere Gemeenschappelijke Gedeelten is niet
toegestaan.
23.8 De Eigenaars en Gebruikers hebben zonder toestemming van het Bestuur geen toegang
tot de Gemeenschappelijke Ruimten waarin zich de centrale (nuts-)voorzieningen
bevinden.
Artikel 24
Verbodsbepalingen Gebouw en Gemeenschappelijke Gedeelten
24.1 Ook indien daarvoor geen wijziging van de Akte is vereist, is iedere op-, aan-, onder- of
bijbouw door een Eigenaar zonder voorafgaande toestemming van de Vergadering
verboden.
24.2 De kosten van aanleg, onderhoud, herstel en vernieuwing van een op-, aan-, onder- of
bijbouw, ook indien deze door natrekking bestanddeel wordt van het Gebouw, komen ten
laste van de Eigenaar van het Appartementsrecht ten behoeve waarvan de op-, aan-,
onder- of bijbouw strekt.
Schade als gevolg van de op-, aan-, onder- of bijbouw alsmede de extra premies die ter
zake van de eventuele verzekering van de op-, aan-, onder- of bijbouw verschuldigd zijn,
komen voor rekening en risico en derhalve ten laste van de in de vorige zin bedoelde
Eigenaar respectievelijk diens rechtsopvolgers.
24.3 Het zichtbaar aanbrengen in of aan het Gebouw dan wel op de Grond van naamborden,
reclameaanduidingen, uithangborden, zonweringen, wind- en terrasschermen, rolluiken,
zonnepanelen, boilers, vlaggen, spandoeken, bloembakken, schijnwerpers,
(schotel-)antennes, antennes van zendamateurs, alarminstallaties, luchtbehandelings- en
koelinstallaties, en in het algemeen van uitstekende voorwerpen, alsmede het in het zicht
hangen van wasgoed, mag slechts geschieden met toestemming van de Vergadering of
volgens regels te bepalen in het Huishoudelijk Reglement. Het in de vorige zin bepaalde
geldt mede voor de tot de Privé-gedeelten behorende buitenruimten.
24.4 De Eigenaars en Gebruikers mogen zonder toestemming van de Vergadering geen
veranderingen aanbrengen in de Gemeenschappelijke Gedeelten, ook als deze zich in
Privé-gedeelten bevinden.
24.5 Het in dit Artikel 24 bepaalde is niet van toepassing op het aanbrengen van oplaadpunten
als bedoeld in Artikel 28.3.
Artikel 25
Veranderingen in constructie Gebouw
25.1 De Eigenaars en Gebruikers mogen zonder toestemming van de Vergadering geen
verandering aanbrengen waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie van het
Gebouw gewijzigd wordt. De toestemming kan niet worden verleend indien de hechtheid
van het Gebouw door de verandering in gevaar kan worden gebracht.
25.2 In afwijking van het in Artikel 24.3 en 25.1 bepaalde is de Eigenaar die gerechtigd is tot
twee of meer direct horizontaal en/of verticaal aan elkaar grenzende Privé-gedeelten, na
verkregen toestemming van het Bestuur, bevoegd om de tussen die Privé-gedeelten
aanwezige (gemeenschappelijke) scheidingswand(en), respectievelijk
(gemeenschappelijke) vloer(en) geheel of gedeeltelijk te verwijderen en/of - indien

zodanige wanden, dan wel vloer(en) (nog) niet zijn aangebracht - verwijderd te houden,
mits deze scheidingswand(en), dan wel vloer(en) geen dragende functie heeft/hebben in
de constructie van het Gebouw.
Deze bevoegdheid eindigt zodra de Eigenaar niet meer gerechtigd is tot de desbetreffende
aan elkaar grenzende Privé-gedeelten, in welk geval de Eigenaar gehouden is de
begrenzing van de desbetreffende Privé-gedeelten te brengen in de oorspronkelijke
toestand door het (her)plaatsen van de scheidingswand(en) dan wel vloer(en) in een
zoveel mogelijk gelijkwaardige technische uitvoering als de overige scheidingswanden dan
wel vloer(en) van genoemde Privé-gedeelten.
Van het voornemen tot het verwijderen van dergelijke niet dragende scheidingswand(en)
dan wel vloer(en) en in geval van (her)plaatsing, dient het Bestuur vooraf door de
desbetreffende Eigenaar(s) schriftelijk of per e-mail in kennis te worden gesteld.
Het Bestuur kan nadere eisen stellen ten aanzien van het verwijderen van de
scheidingswand(en) dan wel vloer(en) en het (her-)plaatsen ervan voor wat betreft
afwerking, kwaliteit en (geluids-)isolatie.
De desbetreffende Eigenaar en diens rechtsopvolgers zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de
nakoming van het in dit Artikel 25.2 bepaalde.
25.3 Voor zover de in Artikel 25.2 bedoelde aan elkaar grenzende Privé-gedeelten bij dezelfde
Gebruiker in gebruik zijn, terwijl de betreffende Appartementsrechten aan twee of meer
Eigenaars toebehoren, kan het Bestuur ontheffing van de in Artikel 25.2 bedoelde
gehoudenheid tot (her-)plaatsing van de scheidingswand(en) dan wel scheidingsvloer(en)
verlenen.
Artikel 26
Toestemming, bedoeld in de Artikelen 23, 24 en 25
Aan het geven van toestemming of ontheffing, bedoeld in de Artikelen 23, 24 en 25, kunnen
voorwaarden worden verbonden. Toestemmingen en ontheffingen kunnen worden gewijzigd en
worden ingetrokken.
De in de Artikelen 23, 24 en 25 bedoelde toestemmingen of ontheffingen mogen niet op
onredelijke gronden worden geweigerd, gewijzigd of ingetrokken, noch kunnen aan het
verlenen daarvan onredelijke voorwaarden worden verbonden.
G. Gebruik, beheer en onderhoud van de Privé-gedeelten
Artikel 27
Gebruik Privé-gedeelten
27.1 Iedere Eigenaar en Gebruiker is verplicht het Privé-gedeelte te gebruiken overeenkomstig
de daaraan in de Akte gegeven bestemming. Een gebruik dat afwijkt van de in de Akte
gegeven bestemming en niet bij Reglement is verboden, is slechts geoorloofd met
toestemming van de Vergadering, onverminderd eventuele andere privaat- of
publiekrechtelijke beperkingen.
27.2 a. Het is niet toegestaan in het Privé-gedeelte een beroep of bedrijf uit te oefenen of
te doen uitoefenen dat in strijd is met de goede zeden, waaronder mede wordt
verstaan het gelegenheid geven tot het beroepsmatig uitoefenen of doen

uitoefenen van het gokspel, de prostitutie en het produceren en/of verkopen van
verdovende middelen.
b. Het is niet toegestaan in het Privé-gedeelte activiteiten op het gebied van de
horeca en/of het pensionbedrijf uit te oefenen noch is verhuur voor recreatie
toegestaan.
Onder het pensionbedrijf respectievelijk verhuur voor recreatie worden onder meer
begrepen:
- het gedurende één of meer nachten tegen betaling ter beschikking stellen
van het Privé-gedeelte of een gedeelte daarvan ongeacht of tevens ontbijt
wordt verstrekt;
- het tegen vergoeding in gebruik geven van het Privé-gedeelte of een
gedeelte daarvan tijdens tijdelijke afwezigheid van de Eigenaar of Gebruiker,
anders dan krachtens een huurovereenkomst voor zes maanden of langer.
Het Privé-gedeelte of een gedeelte daarvan mag ook niet voor andere dan de
hiervoor vermelde vormen van verhuur voor recreatie worden gebruikt.
In afwijking van het hiervoor bepaalde is een gebruik als hiervoor in dit Artikel 27.2
onder b vermeld toegestaan indien en voor zover dat gebruik uitdrukkelijk in
overeenstemming is met de in de Akte vermelde bestemming van het Privégedeelte
en niet in strijd is met het publiekrecht en/of eventuele verplichtingen
jegens derden.
De Vergadering kan toestemming verlenen voor een gebruik als hiervoor in dit
Artikel 27.2 onder b bedoeld, mits het betreffende gebruik niet in strijd is met het
publiekrecht en/of eventuele verplichtingen jegens derden. Indien de Vergadering
bedoelde toestemming verleent, dient in het Huishoudelijk Reglement duidelijk
omschreven te worden welk gebruik is toegestaan en welke eventuele
voorwaarden daaraan verbonden zijn.
c. Elektriciteitsaansluitingen in tot Privé-gedeelten behorende bergingen en garages
waarvan het elektriciteitsverbruik ten laste komt van de gezamenlijke Eigenaars
mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van verlichting, behoudens
toestemming van de Vergadering.
d. Een Privé-gedeelte dat bestemd is voor de stalling van één of meer motorrijtuigen
dient te worden gebruikt voor de stalling van rijklare motorrijtuigen en mag niet
worden gebruikt voor het stallen van caravans, aanhangwagens en dergelijke, noch
voor het uitvoeren van reparatie- en/of onderhoudswerkzaamheden aan
motorrijtuigen dan wel enig ander van het toegestane gebruik afwijkend gebruik,
behoudens toestemming van de Vergadering.
Het in de vorige zin vermelde verbod geldt niet voor afgesloten Privé-gedeelten
(zoals garageboxen) die bestemd zijn voor de stalling van een of meer
motorrijtuigen die toebehoren aan dan wel in gebruik zijn bij de Eigenaar of
Gebruiker van het betreffende Privé-gedeelte, diens huisgenoten en eventuele
bezoekers.
27.3 Een besluit van de Vergadering tot het verlenen van de toestemming als bedoeld in Artikel
27.1 dan wel 27.2 onder b, c en d dient te worden genomen met de in Artikel 56.5
vermelde meerderheid. Een dergelijk besluit kan alleen worden genomen indien:

a. het betreffende gebruik niet in strijd is met het publiekrecht en/of eventuele
verplichtingen jegens derden;
b. de andere Eigenaars en Gebruikers hierdoor niet onredelijk worden beperkt in het
gebruik en genot van hun Privé-gedeelte; en
c. het van de Akte afwijkende gebruik door een besluit van de Vergadering genomen
met de in Artikel 56.6 vermelde meerderheid kan worden beëindigd, zodanig dat
het betreffende Privé-gedeelte weer overeenkomstig de daaraan in de Akte
gegeven bestemming gebruikt dient te worden binnen een termijn van ten minste
drie en ten hoogste zes maanden na het daartoe door de Vergadering genomen
besluit.
27.4 Bij Huishoudelijk Reglement kan het gebruik, het beheer en het onderhoud van de Privégedeelten
nader worden geregeld. Daarbij kunnen tevens regels ter voorkoming van
geluidshinder of andere vormen van hinder worden opgenomen.
27.5 In geval van Ondersplitsing worden het gebruik, het beheer en het onderhoud van het in
de Ondersplitsing betrokken Appartementsrecht geregeld bij de akte waarbij de
Ondersplitsing plaatsvindt met inachtneming van de bepalingen in het Reglement.
Artikel 28
Gebruik Privé-gedeelten: overige bepalingen
28.1 De vloerbedekking in de Privé-gedeelten dient van een zodanige samenstelling te zijn dat
contactgeluiden zo veel mogelijk worden tegengegaan. Behalve in keukens en sanitaire
ruimten is het met name niet toegestaan om parket, laminaat, stenen, tegels of
andersoortige harde vloeren aan te brengen, tenzij dit geschiedt met inachtneming van
normen die bij Huishoudelijk Reglement of door de Vergadering zijn vastgesteld en
zodanig dat geen onredelijke hinder kan ontstaan voor de overige Eigenaars en/of
Gebruikers.
Indien het Huishoudelijk Reglement geen normen als bedoeld bevat en ook de
Vergadering de normen niet heeft vastgesteld, geldt het volgende. Alleen vloerbedekking
die de isolatie-index voor contactgeluid (Ico) met meer dan tien decibel verbetert indien
een betonvloer met de desbetreffende vloerbedekking wordt belegd, is toegestaan. De
verbetering moet zijn beoordeeld op basis van de norm NEN 1070 of NEN 5077
respectievelijk een daarvoor in de plaats getreden norm en zijn uitgedrukt in een
verbetering van de Ico.
28.2 De Eigenaars en Gebruikers mogen zonder toestemming van de Vergadering geen open
vuur-/haardinstallaties aanleggen.
28.3 Een Eigenaar die gerechtigd is tot een Appartementsrecht dat bestemd is dan wel mede
bestemd is voor de stalling van een motorrijtuig is bevoegd om, zonder toestemming van
de Vergadering, voor eigen rekening en risico een oplaadpunt voor een elektrisch
aangedreven motorrijtuig te doen aanbrengen.
Het betreffende oplaadpunt dient:
- te worden aangebracht binnen de begrenzing van het Privé-gedeelte (daaronder
mede begrepen: een muur die het Privé-gedeelte begrenst, het plafond boven het
Privé-gedeelte en een kolom die direct naast het Privé-gedeelte staat);
- te worden aangebracht door een ter zake van oplaadpunten erkende installateur

op basis van een door hem opgesteld werkplan;
- zodanig te worden aangebracht dat de kosten van het stroomverbruik ten laste
komen van degene die van het oplaadpunt gebruik maakt (indien het oplaadpunt
wordt aangesloten op een ten laste van de gezamenlijke Eigenaars komende
energievoorziening, dient een tussenmeter te worden geplaatst zodanig dat het
elektriciteitsverbruik van het oplaadpunt wordt doorbelast aan de betreffende
Eigenaar);
- bij gebruik niet te leiden tot beperking van de beschikbare energie voor andere
apparatuur van de Eigenaars; technische oplossingen ter voorkoming dat het
oplaadpunt leidt tot uitval en/of storing van andere apparatuur die door de
Eigenaars wordt gebruikt, komen gelijkelijk voor rekening van de Eigenaars ten
behoeve van wie een oplaadpunt is of op enig moment wordt aangebracht;
- door de Eigenaar voor zijn rekening en risico in goede staat te worden
onderhouden; en
- te voldoen aan de eventueel in een Huishoudelijk Reglement opgenomen
voorschriften.
De extra administratiekosten van de Vereniging in verband met een oplaadpunt komen
ten laste van de Eigenaar ten behoeve van wie het oplaadpunt is aangebracht. Een
Eigenaar die voornemens is een oplaadpunt te doen aanbrengen, doet daarvan
mededeling aan het Bestuur onder overlegging van het werkplan.
Alvorens de Eigenaar bevoegd is het oplaadpunt te installeren, dient de verzekeraar voor
de installatie toestemming te verlenen. Een verhoging van de premie die verband houdt
met het gebruik van het oplaadpunt komt voor rekening van de betreffende Eigenaar.
Nadat het oplaadpunt is geïnstalleerd dient de Eigenaar aan het Bestuur een certificaat of&a

0 reacties

Laat hier uw reactie of review achter:


Aanbevolen

uw vakman

Vraag bij onderstaande bedrijven informatie aan

Verstuurd!
top
inloggen
Meld je aan voor een gratis account...
sluiten
Aanmelden met Facebook Aanmelden met Twitter
of meld je aan met je e-mailadres
Heb je al een account?
Inloggen
Inloggen met Facebook Inloggen met Twitter
of log in met je gebruikersnaam