Thema
Financieel
Juridisch
Technisch
Profiel
Inloggen
Uw vraag niet beantwoord?
Wij helpen u graag verder!
appartement
& eigenaar

Geluidshinder hoe verder

01 februari 2018
Specifieke normen waaraan getoetst zou kunnen worden om geluidshinder tegen te gaan. Hierbij zal ook verschil worden gemaakt tussen de vloerconstructies
LEES VERDER

OVERLAST DOOR (HARDE) VLOERBEDEKKING; WAT MOET DE VVE DAARMEE?

In dit artikel bespreken wij de specifieke normen
waaraan getoetst zou kunnen worden teneinde geluidshinder tegen te gaan.
Hierbij zal door ons tevens onderscheid worden gemaakt tussen de
verschillende typen (basis) vloerconstructies.


Het vastleggen van de akoestische kwaliteit van de vloerafwerking in het
huishoudelijk reglement is één van de weinige middelen die de VvE heeft
om mogelijke geluidshinder van onder meer loopgeluiden aan te pakken.

De VvE dient echter te voorkomen dat zij in haar huishoudelijk reglement
een onvoldoende nauwkeurige norm opneemt. Te vage, onduidelijke
normen bieden de eigenaren namelijk onvoldoende houvast om te weten
aan welke eisen de te leggen harde vloer(bedekking) dient te voldoen en
bovendien kan de VvE dergelijke vage normen moeilijk(er) handhaven.

Index voor contactgeluidisolatie (Ico)

De contactgeluidisolatie tussen appartementen is afhankelijk van de
toegepaste materialen en de bouwconstructie. Het uitdrukken van de
contactgeluidisolatie in decibel gebeurt tot op heden met behulp van de
index voor contactgeluid, te weten Ico (‘I’ is index en ‘co’ is contactgeluid).
Hoe hoger de Ico-waarde, des te hoger is de contactgeluidisolatie. Maar

hoe meet je deze isolatie?

Sinds 1976 worden er in Nederland eisen gesteld aan de
contactgeluidisolatie van vloeren. Deze eis luidde tussen 1976 en 2003 dat
de Ico-waarde van de kale vloer (dus zonder vloerafwerking) ten minste 0
dB moet bedragen. In het Bouwbesluit van 2003 is deze eis vervolgens
aangescherpt naar tenminste Ico = + 5 dB. Deze eisen zien enkel op de
kale vloerconstructie, dus zonder vloerafwerking.

Voorts is bij de invoering op 1 april 2012 van het nieuwe Bouwbesluit 2012
in verband met harmonisering van de regelgeving op Europees niveau,
aansluiting gekozen bij de Europese norm LnTA. De bedoeling is dat alle
EU landen dezelfde normen en grootheden gaan gebruiken. Deze uniforme
geluidsmaten moeten ertoe leiden een doelgericht en samenhangend beleid
te kunnen voeren in Europa zodat betere vergelijkingen gemaakt kunnen
worden. Producten moeten voorts dan ook kunnen volstaan met één
codifìcatie waarmee de geluidsisolerende eigenschappen vastliggen.

Het LnTA geeft het geluidsniveau in een ruimte aan. Als het LnTA afneemt,
neemt het akoestisch comfort toe. In tegenstelling tot de Ico waarden geldt
bij LnTA de vuistregel: hoe lager het geluidsniveau, hoe minder loopgeluiden je hoort van de buren.

Het LnTA moet worden omschreven als
hoorbaar geluidsniveau. Hoe lager deze waarde, hoe minder je het geluid
hoort als gevolg van bijvoorbeeld lopen over een vloer. Hier gaat dus de
gedachtengang op dat als het LnTA de 0 dB nadert, je ook bijna niets meer
hoort. Let wel: het LnTA is dus geen norm voor geluidisolatie maar een
waarde voor het hoorbaar geluidsniveau.

Het LnTA behandelen als een
geluidsisolatienorm, zal dus fouten in de hand werken: een hoge
geluidsisolatie is goed, een hoog hoorbaar geluidsniveau daarentegen is
fout. In het Bouwbesluit 2012 is een LnTA van ten hoogste 54 dB
opgenomen wat vergelijkbaar is met de norm uit het Bouwbesluit 2003: Ico
= ten minste + 5 dB.

Ondanks het feit dat in het Bouwbesluit over andere normen wordt
gesproken, wordt in de praktijk bij het opstellen van een artikel voor de
splitsingsakte en/of het huishoudelijk reglement meestal uitgegaan van de
objectieve norm van Ico = + 10 dB (LnTA kleiner of gelijk aan 49).

Deze norm is vastgesteld in de tijd dat laagpolig tapijt nog veelvuldig werd
toegepast. Dit tapijt leverde immers doorgaans gemiddeld een
contactgeluidisolatie van + 10 dB op. In het algemeen werd dat als
voldoende beschouwd. Nadat vervolgens harde vloerbedekking in
woningen steeds populairder werd, is deze norm van Ico = + 10 dB tevens
aangehouden als uitgangspunt bij plaatsing van harde vloerbedekkingen in
woningen.

Dat betekent een zelfde norm voor zachte én harde
vloerbedekking. Deze algemeen gehanteerde norm van het NSG, te weten
Ico = + 10 dB, wordt daarom veelal door VvE’s gehanteerd bij het opstellen
van haar bepalingen van het reglement of het huishoudelijk reglement.

Onderscheid toegepaste constructies

Er zijn in beginsel vier soorten basisvloeren te onderscheiden, te weten:

  •  de houtachtige vloer, welke veelal werd toegepast voor 1939;
  •  de holle baksteen of betonvloer, welke tot 1970 regelmatig werd
    toegepast;
  •  de massieve betonvloer, welke vanaf 1965 wordt toegepast;
  • de verend opgelegde dekvloer, welke vanaf 1990 steeds vaker wordt
    toegepast.

 

Een houten vloer heeft doorgaans een negatieve Ico (soms tot wel – 20 à –
25 dB). Hetzelfde geldt voor holle betonvloeren; deze hebben ook een
negatieve waarde (minstens – 5 à – 10 dB).

Deze vloeren voldoen dus niet aan de huidige eisen van het Bouwbesluit 2012. Ten tijde van de oplevering van complexen waarbij een houten vloerconstructie dan wel een holle
betonvloer is toegepast, golden de eisen uit het Bouwbesluit ook nog niet.

Wil men in die complexen een harde vloer leggen zonder dat dit
onrechtmatige hinder oplevert, dan zullen nadere maatregelen genomen
moeten worden waarbij gekeken dient te worden naar de Ico van de
vloerconstructie inclusief vloerafwerking.Immers leidt een verbetering van de vloerbedekking met + 10 dB niet tot het gewenste resultaat wanneer de basis constructievloer op zichzelf een negatieve waarde heeft.

Bij een massieve constructievloer kunnen in beginsel eenvoudige
maatregelen worden getroffen teneinde de kans op onrechtmatige hinder
door loopgeluiden te beperken. Daarbij dient bijvoorbeeld te worden
gedacht aan het toepassen van een verende tussenlaag of het leggen van
een eenvoudige, droge, verend verlegde dekvloer. Ook hier is het
raadzaam uit te gaan van een norm die ziet op de totale vloer, te weten de
constructievloer inclusief afwerklaag.

Is sprake van een verend opgelegde dekvloer dan is het treffen van
voorzieningen teneinde onrechtmatige hinder door loopgeluiden te
beperken, minder eenvoudig. Er is immers al een verende dekvloer aanwezig.

Echter, een basisvloer inclusief verend opgelegde dekvloer heeft
meestal al een waarde van + 10 dB. Het toepassen van een vloer met een
(tweede) verende tussenlaag zal onvoldoende extra contactgeluidisolatie
bieden en mogelijk de situatie zelfs verslechteren. Ook bij deze vloeren
geldt dus dat stellen van een verbeteringseis niet altijd tot het gewenste
resultaat leidt. Men dient derhalve de totale geluidsisolatiewaarde als
uitgangspunt te nemen.

Te hanteren eisen

Om als VvE te kunnen vaststellen welke eisen redelijkerwijs aan een
(harde) vloer gesteld kunnen worden, dient dus gekeken te worden naar (i)
welke constructievloer is toegepast en (ii) welke verbetering bij het leggen
van een harde vloer dient te worden gerealiseerd. Voorts dient onderscheid
te worden gemaakt tussen het stellen van een eis die enkel een verbetering
inhoudt van de te leggen vloerafwerking en een eis die ziet op een
contactgeluidisolatie van de basis constructievloer inclusief de door een
eigenaar te plaatsen vloerafwerking. Hiertussen zit immers een wezenlijk
verschil.

Als in het splitsingsreglement of het huishoudelijk reglement wordt
opgenomen dat de vloerafwerking inclusief constructievloer in ieder geval
een verbetering van Ico = + 10 dB moet behalen en als vervolgens blijkt dat
de basis constructievloer een negatieve waarde heeft van Ico = - 5 dB, dan
zal een verbetering van enkel de vloerafwerking met Ico = + 10 dB dus niet
leiden tot een Ico van + 10 dB voor de vloerafwerking inclusief
constructievloer. Ondanks dat de betreffende eigenaar met het leggen van
zijn vloerafwerking met een Ico = + 10 dB lijkt te hebben voldaan aan de
door de VvE gestelde norm, blijkt immers toch dat de totale vloerconstructie
niet voldoet aan de door de VvE gestelde norm.

Eventueel is de door de VvE gestelde norm wel te behalen door de
plaatsing van een verende opgelegde, geluidsisolerende tussenvloer.

Echter, indien het bouwkundig niet mogelijk blijkt te zijn om de gestelde norm van Ico = + 10 dB voor de vloerafwerking inclusief basis
constructievloer te behalen, dan is het uiteraard nog maar de vraag of de
VvE in alle redelijkheid van de eigenaren kan verlangen dat de
vloerafwerking inclusief constructievloer een Ico van + 10 dB dient te
behalen. Indien de contactgeluidisolatie van de basis constructievloer dus
negatief is, dan zal de VvE naar alle waarschijnlijkheid hiermee rekening
dienen te houden bij het stellen van de verbeteringseis van de
contactgeluidisolatie.

Conclusie

Om onnodige discussies binnen de VvE te voorkomen, is het dus zinvol om
in het splitsingsreglement en/of het huishoudelijk reglement een Ico-waarde
op te nemen die ziet op de totale vloer, dus zowel de basis vloerconstructie
als de vloerafwerking. Afhankelijk van de waarde van de basis
constructievloer kan vervolgens door de VvE worden besloten aan welke
objectief vastgestelde eis de harde vloerbedekking van een eigenaar dient
te voldoen.

Voor advies en/of meer informatie kunt u zich wenden tot mr. M. Elbers en
mr. A. Vermeulen
Met dank aan de heer W.G.M. Beentjes van LBP|SIGHT

 

Meer weten?
Vraag hier vrijblijvend informatie aan

Aanvragen

Bekijk ook

Reacties

Rijssenbeek Advocaten
Professional
Meer weten?
Vraag hier vrijblijvend informatie aan

Aanvragen