Thema
Financieel
Juridisch
Technisch
Profiel
Inloggen
Uw vraag niet beantwoord?
Wij helpen u graag verder!
appartement
& eigenaar

Eindconclusie Liftinstituutcongres Liftgebruik bij brand verrassend

30 december 2018
Ruim 83 aanwezigen vindt liftgebruik bij brand noodzakelijk
LEES VERDER

Op 7 november kwamen meer dan 400 gebouweigenaren, adviseurs, mensen uit de zorg en brandweermensen bij elkaar om na te denken over liftgebruik bij brand. De uitspraak ‘bij brand geen lift’ verdient heroverweging, zo vonden de meesten.

Maar meer dan 85% van de Nederlanders denkt er anders over en geeft op de vraag ‘Wanneer mag je de lift niet gebruiken?’ direct het antwoord: “bij brand”. Dat zit erin geramd, zo concludeerden de onderzoekers van Motivaction in een dit jaar gehouden publieksonderzoek. Dit was één van de vier onderzoeken die tijdens het congres gepresenteerd werden en waar deskundigen uit het vak, samen met het publiek in de zaal, over van gedachten wisselden. Ook waren er korte presentaties, een paneldiscussie en kon het publiek vragen stellen aan een forum.

Risico’s en oplossingen en ‘wat kost het?’

Dit was de inhoud van het eerste congresblok. De aftrap was voor Marco Waagmeester, algemeen directeur van Liftinstituut Holding. Hij begon met een afschrikwekkende afbeelding van de brand in de Grenfelltoren in Londen in 2017.Daarbij vielen 72 doden. Bij de evacuatie mochten geen liften worden gebruikt en waren deze buiten werking gesteld. Ook in Nederland vielen bij recente branden dodelijke slachtoffers, bijvoorbeeld bij zorginstellingen, en mocht de lift niet worden gebruikt. Daarom, en met het oog op een aantal maatschappelijke ontwikkelingen, riep hij op tot heroverweging van het standpunt ‘bij brand geen lift’. De uitkomst van een peiling onder de aanwezigen bij het congres ondersteunde dit: 83,2% van hen vond dat liftgebruik bij brand noodzakelijk is. Slechts 16,7% van hen vond dit nodeloos gevaarlijk.

De drietrapsaanpak

René Hagen, lector brandpreventie bij het Instituut Fysieke Veiligheid, gaf aan dat er geen wettelijk verbod is op gebruik van een lift bij brand. Een eye opener voor veel congresbezoekers. “Uit onderzoek van ons instituut blijkt dat ouderen steeds langer zelfstandig wonen. Ook komen er steeds meer complexen voor senioren. Daardoor neemt het risico op slachtoffers bij brand toe. Als er brand ontstaat, wordt het door hun afnemende zelfredzaamheid namelijk steeds moeilijker voor ouderen om via de trap te vluchten. Daarnaast hebben zij door hun vaak hoge leeftijd meer last van rook en kost het meer tijd om hen te evacueren. Het percentage ouderen dat omkomt bij brand lag in 2017 op ongeveer 50%. In 2030 is dit door de toenemende vergrijzing waarschijnlijk nog hoger, als er niets gebeurt.’’ Door het beïnvloeden van gedrag en technische en productmaatregelen binnen de woning (zoals domotica, alarmering en slimme rookmelders) kan het aantal slachtoffers bij brand verminderen. Maar ook de rookwering en het gebruik van vluchtmogelijkheden buiten de woning kunnen beter.

Eén van die vluchtmogelijkheden is het gebruik van liften bij brand, zeker voor minder zelfredzame personen. Hierbij schetste Hagen een drietrapsaanpak. Hij riep om te beginnen op om zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande liften. En als dat niet kan, te kijken naar het aanbrengen van kleine aanpassingen hieraan, zodat deze liften langer gebruikt zouden kunnen worden bij brand. Als derde stap zou gekozen kunnen worden voor het inzetten van een evacuatielift, maar daar zijn strengere eisen en hogere kosten aan verbonden. “We moeten daarom voorkomen dat we ons alleen focussen op deze derde stap’’, stelde hij, “want zoveel tijd hebben we niet meer. Integendeel: er is haast geboden. Zeker voor deze kwetsbare groep.’’

Zorg voor inzicht in risico’s

Willem Kasteleijn, productmanager Liften bij Liftinstituut, bracht de risico’s van liftgebruik bij brand in beeld: “Zo kan de stroom uitvallen en er kan ook paniek, gelatenheid of juist agressie ontstaan. Ook slechte communicatie of ingesleten gewoontes kunnen leiden tot risico’s.” Hij gaf aan dat je per situatie, afgestemd op de aard van het gebouw, de liften in het gebouw en de gebruikers, een risicoanalyse zou moeten uitvoeren om na te gaan of de lift een rol kan spelen bij ontruiming. En zo ja, wat er dan nodig is om dat veilig te laten plaatsvinden. “Er is geen standaardoplossing.’’ Waarbij hij benadrukte dat 100% veiligheid bij gebruik van de lift bij brand niet haalbaar is. “Maar dat geldt ook voor de trap.’’



Creëer geen onduidelijkheid

Harold Bussing, voorzitter van de VLR, een branchevereniging voor lift- en roltrapfabrikanten, en algemeen directeur van KONE, haakte daarop in. Hij vond dat we ons voorlopig aan ‘bij brand geen lift’ zouden moeten houden bij gewone liften, oftewel liften die niet zijn uitgerust als brandweerlift of evacuatielift. “Het is niet verboden om gewone liften te gebruiken bij brand’’, zo stelde hij, “maar wees je, als je dit doet, wél bewust van de risico’s. Ook zal de fabrikant geen aansprakelijkheid aanvaarden als het dan mis gaat.’’ Hij pleitte voor bronbestrijding, in plaats van symptoombestrijding. Zijn advies was: “Creëer geen onduidelijkheid en gebruik alleen een lift bij brand als deze voldoet aan de normen en lifttechnische voorwaarden en als de lift brandveilig is. Gebruik dus nooit een lift als deze in brand staat. Daarnaast moet goed naar het gebouw en de organisatie rond ontruiming gekeken worden voordat je liften bij brand inzet.’’

Denk in scenario’s in plaats van in risico’s
Ook de overheid heeft zich verdiept in het gebruik van liften bij brand, naar aanleiding van een debat in de Tweede Kamer. Ook hierbij was de aanleiding het toenemende risico van ouderen en andere minder zelfredzamen om te overlijden aan de gevolgen van een brand. Hiernaar vond recent onderzoek plaats, in opdracht van het ministerie van BZK. Bij dit onderzoek is vooral gekeken naar de bouwkundige, installatietechnische en organisatorische randvoorwaarden om liften bij brand veilig te gebruiken.

Susan Eggink, senior adviseur bij de Antea Groep, was één van de drie onderzoekers en presenteerde de uitkomsten van dit onderzoek. Zij introduceerde het ‘senariodenken’ en stelde steeds de vraag: ‘Wat als?’ Die scenario’s hangen onder meer af van het type gebouw. De kenmerken en vluchtwegen van een portiekflat zijn heel anders dan, bijvoorbeeld, een corridorflat of portiekflat. Maar ook de bewoners van een gebouw zijn steeds verschillend. Zij zijn ‘de moeilijkste factor’, omdat zij moeten beslissen over hun vluchtgedrag en het middel dat zij hiervoor gebruiken. Als mogelijke oplossingen om hen hierbij te helpen, noemde zij het aanbrengen van duidelijke veiligheidsroutes, deurdrangers om te voorkomen dat deuren na een evacuatie open blijven staan en een goede compartimentering met voorportalen. Wat liften betreft, blijkt uit het onderzoek dat bij brand gewone liften kunnen worden gebruikt, met een paar kleine aanpassingen, die technisch goed uitvoerbaar zijn. Zoals een brandvrije voeding, sturing door de brandmeldinstallatie en een voorkeursschakeling bij het besturingssysteem. Ook is een vereiste dat bij brand de fotocel kan worden overruled. Haar advies aan gebouweigenaren: “Richt je aandacht op waar het potentieel in een gebouw zit en maak een plan voor wat nodig is voor de bewoners om de lift bij brand te kunnen gebruiken. Daar kunt u morgen al mee aan de slag.’’ Een hulpmiddel hierbij kan de beslisboom in het onderzoeksrapport zijn. Zie voor dit rapport: www.rijksoverheid.nl.

De zelfdenkende lift

John van Vliet, directeur van Liftinstituut, ging nog een stapje verder. “Laat niet mensen, maar de lift zélf bepalen of gebruik bij brand mogelijk is’’, was zijn insteek. In Amerika, waar nog veel meer hoogbouw is dan hier, wordt de norm OEO gebruikt, wat staat voor Occupant Evacuation Operation. Liften die aan deze norm voldoen, gaan na een brandalarm automatisch naar de juiste verdieping om daar personen te evacueren en vervolgens naar de verdiepingen die daar onder en boven liggen. Ook bepalen deze liften zélf waar ze juist niet naar toe moeten. Ze blijven in bedrijf zolang dit veilig is en schakelen zichzelf uit als dat niet zo is. “Ook in Nederland moet een snellere en veiligere evaluatie mogelijk zijn. Daarvoor is wel een aantal basisvoorzieningen nodig, bij nieuwbouw, bij bestaande bouw bij brandweerliften en bij oude gebouwen met liften. Bouwkundig en lifttechnisch”, illustreerde hij met een aantal voorbeelden. “In alle gevallen is het belangrijk om bewoners goed te informeren over evacuatiemogelijkheden en hoe zij dan het beste kunnen handelen.”

Kosten voor aan te brengen voorzieningen

Nico Bosman, senior adviseur bij lifttechnisch adviesbureau Eurlicon, maakte hierbij onderscheid tussen een brandweerlift volgens de norm NEN-EN 81-72, een evacuatielift volgens de norm NEN-EN 81-76 en de door Van Vliet genoemde evacuatielift volgens de Amerikaanse OEO-norm 17.1. Uitgangspunt bij zijn rekenvoorbeelden was een liftaanpassing bij een woongebouw van acht bouwlagen, met een standaard tractielift met één kooitoegang en automatische schuifdeuren. Bij nieuwbouw zijn de geschatte maximale kosten voor een liftaanpassing dan tussen 17.000 en 23.000 euro. Bij bestaande bouw ligt de kosteninschatting dan tussen 24.000 en 32.000 euro, omdat hier meer extra voorzieningen nodig zijn. Inclusief de bijkomende kosten om een gebouw voor liftgebruik bij brand veilig te maken, liggen de kosten bij nieuwbouw dan maximaal tussen 42.000 en 54.000 euro. Waarbij de bouwkundige kosten beperkter kunnen zijn als hier al direct rekening mee wordt gehouden in het ontwerp. Bij bestaande bouw liggen de totale maximale kosten dan tussen 51.000 en 100.000 euro. Een behoorlijke investering dus, vooral bij bestaande bouw, maar de lift kan hierdoor wél langer en veiliger gebruikt worden bij brand.

Tweede congresblok een stuk interactiever

Na de presentaties in het eerste congresblok was er volop gelegenheid voor discussie en het stellen van vragen. Ook werd met de congresbezoekers ingegaan op de resultaten van drie onderzoeken: het al eerdergenoemde publieksonderzoek van Motivaction, een onderzoek onder gebouweigenaren en een onderzoek onder senioren, door ouderenorganisatie ANBO.

Discussie met opinionleaders

Hiervoor nodigde dagvoorzitter Judith de Bruijn vier personen uit op het podium: Heiko Haasjes, Alfred van den Bosch, Anneliek van Maarseveen en Fred Schuurs. Respectievelijk projectmanager zorgvastgoed bij Syntrus Achmea Real Estate & Finance, directeur van woningcorporatie Woonvisie en voorzitter van NEVAP, hogere-veiligheidskundige en adviseur veiligheid bij de Carante Groep, en voorzitter van de stichting VvE Belang.

Haasjes gaf aan dat Syntrus Achmea veel waarde hecht aan veiligheid, maar ook aan het voldoen aan wet- en regelgeving. “We willen daarom eerst duidelijke richtlijnen en handvatten om liftgebruik bij brand toe te passen, waarop je kunt terugvallen. Zeker als dit vérgaande consequenties heeft. Hier is nu nog onvoldoende fundament voor’’, gaf hij aan. “En áls het verplicht wordt om liften aan te passen op gebruik bij brand, kan ik goed uitleggen aan de achterban waarom investeren hierin nodig is.’’ Hij is geen tegenstander van het nemen van maatregelen, maar tekende daarbij wel aan dat deze effectief moeten zijn.
Van den Bosch legde het accent op een goede voorlichting aan en communicatie met bewoners. “We moeten hen bewuster maken van risico’s bij brand en wat belangrijk is bij een evacuatie. Daarnaast kunnen we kijken waar en hoe we liften slimmer en veiliger bij brand kunnen inzetten.’’ Hij zag minder heil in wet- regelgeving, omdat elke situatie anders is. “Wél moeten we goed kijken of het aanpassen van liften in vergelijking met andere zaken die bij corporaties spelen urgent genoeg is en of dit in balans is met de betaalbaarheid en beschikbaarheid van de woningen.

Van Maarseveen toonde zich een overtuigd voorstander van aanpassingen van gewone liften. “Met relatief kleine aanpassingen kun je al veel bereiken. Daarnaast moet je de risico’s die mensen lopen als ze geen lift bij brand kunnen gebruiken goed afwegen tegen de risico’s waar dat wél mogelijk is. Gelukkig zijn er, vanwege de beperkingen van onze bewoners veel begeleiders aanwezig. Zij zijn goed getraind om instructies bij brand te geven en onze bewoners te helpen, maar zij zijn geen veiligheidsexperts. Het toepassen van de beslisboom kan hen een extra handvat geven.’’

Schuurs woont in een seniorencomplex en is lid van het bestuur van de VvE. Zijn advies was om de kenmerken van een gebouw goed in kaart te brengen en gebruik te maken van het adviescentrum Brandveilig Wonen voor het opstellen van een veiligheidsverbeterplan. “Daar komen soms heel verrassende zaken uit.’’ Daarnaast pleitte hij voor een ‘keurmerk brandveiligheid’ voor woningen en betere voorlichting over veilig gebruik van liften bij brand.



Resultaten onderzoeken

Achtereenvolgens kwamen de resultaten aan bod van een onderzoek onder gebouweigenaren, VvE’s, vastgoedeigenaren, woningcorporaties en zorgorganisaties, een publieksonderzoek en een onderzoek onder senioren.

Voor meer informatie over de resultaten van deze onderzoeken: zie https://liftgebruikbijbrand.l/congres-en-thema/onderzoek

De aanwezigen gaven ook een reactie op een aantal onderzoeksvragen. Zo werd hen, bijvoorbeeld, gevraagd hoe hoog zij het percentage van de ondervraagde gebouweigenaren inschatten dat bereid is om geld in te investeren om liften, die hiervoor in aanmerking komen, geschikt te maken voor evacuatie bij brand. Dit percentage was met 62,3% zo’n 20% lager dan de verwachting van ‘de zaal’. Veruit de meeste ondervraagde gebouweigenaren gaven daarbij aan tot 5.000 euro hierin te willen investeren: kleine aanpassingen dus.

De verschillen tussen de uitkomsten en de verwachtingen van de congresbezoekers bij het onderzoek onder senioren bleken nog veel groter. Terwijl 76% van ‘de zaal’ dacht dat meer dan 30% van de ondervraagden bereid zouden zijn om de lift te gebruiken bij brand, was dit slechts 1,8%. Dat percentage nam bij de respondenten wel iets toe als hier begeleiding bij was (5,6%), maar was ook een stuk lager ten opzichte van de score van de aanwezigen. Daarvan had 58% ingeschat dat meer dan 30% van de respondenten dit zou doen. Er is dus nog wat werk aan de winkel om deze kwetsbare groep te overtuigen van gebruik van liften bij brand. Temeer omdat er meestal geen vluchtplannen zijn. En als die er zijn, wordt hierin geen rekening gehouden met mensen die slecht ter been zijn. Ook wordt er nauwelijks geoefend.

Reacties forumleden

Atie Schipaanboord, coördinator collectieve belangenbehartiging bij de ANBO en één van de forumleden, pleitte er dan ook voor om vluchtplannen en vluchtwegen duidelijk te communiceren en regelmatig brandoefeningen te houden om de zelfredzaamheid van bewoners te vergroten, in samenwerking met de brandweer. “Zij hebben daar ook zélf een actieve rol in en moeten hierom vragen. Daarnaast zouden per gebouw een aantal bewoners kunnen worden getraind om bij brand mensen te begeleiden. We leiden zelf al woonconsulenten op die, onder meer, kijken naar de brandveiligheid van woningen en bewoners tips geven over wat zij bij brand kunnen doen.’’ Ook stelde zij voor om de kosten voor aanpassingen van liften niet alleen te laten betalen door gebouweigenaren of woningcorporaties, maar ook door bewoners. “Het veiliger maken van liften voor gebruik bij brand is een gedeelde verantwoordelijkheid’’, vond zij. Zij rekende voor dat bij een gemiddelde levensduur van een lift van twintig jaar dit zou uitkomen op een bijdrage van 3 tot 5 euro per maand.

Bob van Os, beleidsmedewerker brandveiligheid bij het ministerie van BZK, ging in op het relatief grote aantal percentage (68%) respondenten uit het gebouweigenarenonderzoek dat aangaf dat er een wettelijke bepaling moet komen waarin vastligt dat in nieuw te bouwen woongebouwen de liften geschikt moeten zijn voor het evacueren van niet-zelfredzame personen. Hij ontraadde hier op te wachten: “De bouwregelgeving is heel algemeen en er zijn heel veel verschillende soorten gebouwen. Gooi het Bouwbesluit dus ‘over boord’. Beter is dat gebouweigenaren zélf nadenken over wat zij kunnen doen om gebouwen zo brandveilig mogelijk in te richten en over de rol van de lift daarbij. Ons onderzoeksrapport kan daarbij een handvat zijn.’’

Paul van Soomeren van de DSP-groep en ervaringsdeskundige op het gebied van menselijk gedrag, bevestigde dat het niet zinvol is om alleen uit te gaan van regelgeving. “Want mensen hebben de vervelende eigenschap zich niet daaraan te houden. Laten we beginnen met analyseren wat mensen doen bij brand, of juist niet, en of ze elkaar daarbij helpen. Met meer kennis van menselijk gedrag kun je nieuwe gebouwen veiliger ontwikkelen en bestaande gebouwen veiliger maken.’’ Omdat ‘bij brand geen lift’ zo ingesleten is, verwacht hij dat dit niet zomaar te veranderen is. “Daar is nog heel wat overtuiging voor nodig. BHV-ers, maar ook de brandweer, kunnen daarbij een rol spelen.’’ Bij brandoefeningen stelde hij dat dit bij ouderen of mensen met beperkingen vooral tot veel stress leidt. “Doe hier eerst ervaringen op met andere doelgroepen, zoals jongeren.’’ Een buddy-aanpak zou ook kunnen werken.

Vragen uit de zaal

Gevraagd werd of ‘bij brand geen lift’ ook in het buitenland geldt. Volgens Van Os ligt daar het accent vooral op het gebruik van evacuatieliften bij hoogbouw. “De insteek van ons onderzoek is geweest om ook te kijken naar laagbouw.’’ Misschien iets om verder uit te zoeken en te gaan kijken bij ‘de buren’? Hetzelfde geldt voor een vraag of het toepassen van de OEO-norm in Amerika leidt tot lagere slachtoffercijfers.

Op de vraag of onderzocht is wat liftgebruik bij brand oplevert, bijvoorbeeld ten aanzien van de ontruimingstijd, gaf René Hagen antwoord: “De brandweer doet uitgebreid onderzoek naar dodelijke ongevallen bij woningbranden, waarbij we ook kijken naar de omstandigheden. Het effect van de tijdwinst bij liftgebruik bij brand is heel groot. Het alternatief is namelijk dat mensen níet kunnen wegkomen.’’ Van Vliet voegde hieraan toe dat liftgebruik bij brand ook tijdwinst oplevert vóórdat de brandweer er is. “Je hebt hierdoor zó 15 minuten extra om te starten met evacueren. En dat kan cruciaal zijn.’’

Een andere vraag was of, in plaats van compartimentering, brandwerende deuren ook toereikend kunnen zijn. Van Os toonde zich hier geen voorstander van: “Het risico is te groot dat bewoners deze deuren open laten staan en dat de rook zich dan verspreidt via de gangen. Bij zelfsluitende deuren door een dranger, nadat de bewoners uit hun woning zijn gevlucht, kan het wél.’’

Ook kwam de vraag naar voren waarom er geen rookdetectoren zitten in de schacht bij een brandweerlift, terwijl dit wel bij een evacuatielift het geval is. Dit heeft te maken met het zo lang mogelijk kunnen bedienen van een brandweerlift door de brandweer. Ook met perslucht. Ko Legez, forumlid en manager kwaliteit, veiligheid en techniek bij liftfabrikant Orona, sprak naar aanleiding van deze vraag zijn verbazing erover uit dat brandweerliften als dé oplossing worden gezien voor evacuatie: “Deze liften kunnen alleen door de brandweer en met een sleutel kunnen worden bediend en dat kost veel tijd.’’ Hij pleitte daarom voor het aanpassen van gewone liften: “Kies daarbij voor een praktische benadering en dat hoeft helemaal niet ingewikkeld of duur te zijn. Lifttechnisch is heel veel mogelijk. We kunnen nu al aan de slag. Wacht dus niet op het door ontwikkelen van normen en voorschriften en laat je als fabrikanten niet belemmeren door mogelijke aansprakelijkheid. Anders duurt het veel te lang.’’

Tot slot werd gevraagd wat het ministerie van BZK doet met het onderzoeksrapport en of hierbij ook het besprokene op dit congres wordt meegenomen. Van Os gaf aan dat hij alle uitkomsten meeneemt in de Kamerbrief, die dit jaar nog uitgaat.

Conclusie

Halverwege en aan het einde van het congres werd de volgende vraag aan het publiek voorgelegd: welke keuze maakt u, als het gaat om uw beleid ten aanzien van gebruik van liften voor evacuatie van minder zelfredzame personen uit woongebouwen bij brand?
1. Ons beleid blijft: bij brand geen lift.
2. Ik laat het over aan de brandweer.
3. Ik wacht tot de overheid ons verplicht (in het Bouwbesluit?) om liften aan te passen voor evacuatie van minder zelfredzame personen uit woongebouwen bij brand.
4. Ik investeer in een lift die veilig is voor de evacuatie van zelfredzame personen uit woongebouwen bij brand.

De eerste keer waren de reacties op deze stellingen respectievelijk 12%, 22,4%, 9,9% en 55,7%. Aan het eind van het congres kwamen deze uit op 14,5%, 18,4%, 6,6% en 60,5%.

Hieruit werd duidelijk dat de oproep tot het snel ondernemen van actie van Ko Legez, aansluitend op de presentatie van Susan Eggink, gehoor vond. De meeste aanwezigen wilden niet wachten op wet- en regelgeving van de overheid, maar aan de slag en vanuit het scenariodenken risico-analyses maken. En kijken of en hoe de lift hierin een plek kan krijgen, Dat mag dan best een lift zijn die niet 100% veilig is, maar waarbij het risico van gebruik bij brand veel lager is dan de risico’s bij het gebruik van de trap.

Reacties bezoekers

In de pauze en na afloop spraken we met een aantal bezoekers. De meesten zijn positief over het congres. “Ik heb veel nieuwe dingen gehoord. Zoals dat er helemaal geen verbod is op gebruik van een lift’’, vertelde er één. Ook het denken in scenario’s sprak deze en veel andere bezoekers aan. Eveneens werd gewaardeerd dat niet alleen gesproken werd over lifttechniek: “Gedrag, omgeving en welke mensen er in een gebouw zijn, zijn minstens zo bepalend’’. Eén van hen miste informatie over evacuatie uit kantoorgebouwen, maar vond het congres toch waardevol. De bezoekers schrokken wel van de kosten voor het aanpassen van liften. Een bestuurslid van een VvE zei hierover: “VvE’s hebben maar een beperkt budget en daarom is geld vaak een beslissende factor. Maar ik heb nu veel argumenten gekregen om de andere woningeigenaren tóch te overtuigen van de noodzaak om te investeren in het veiliger gebruik maken van onze liften bij brand.’’

Uw vraag niet beantwoord?
Wij helpen u graag verder!

Reacties

Liftscan
Past uw huidige onderhoudscontract nog bij uw VvE en/of wilt u een prijsvergelijking voor het groot onderhoud?